Laatste berichten

Laatste reacties

juli 2009

ma di wo do vr za zo
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31    

Laatst bijgewerkte weblogs

Powered by TypePad
web-log.nl, powered by TypePad

Ik zou willen dat ik het verteld had...

       Ik Zou Willen Dat Ik Het Verteld Had...

Waarom die dingen mij nou altijd gebeuren, heb ik me altijd al afgevraagd. Want als ik het hem verteld had... dan was hij nu misschien wel bij mij. Bij mij alleen. En niet bij haar. Niet bij Laura. Want bij haar hoort hij niet. Hij hoort bij mij. Bryan hoort bij mij. En als ik de moed had gehad om het hem twee weken geleden te vertellen, hadden hij en Laura nooit wat gehad. Nooit. Want ik ben te laat geweest. Nu, na zo lang heb ik eindelijk de moed gehad om het te zeggen. En toen vertelde mij dat hij, ondanks dat hij me "een leuke meid" vond, al een andere vriendin had. Alleen een leuke meid. Dat was alles. En nu, een maand of twee later, ben ik daar nog steeds verdrietig om. Want ik, ik hou van Bryan.

Einde

Note: Dit verhaaltje heb ik een tijd geleden geschreven. In het Engels noemen we het een "Drabble" of een "One Shot.". Hoe ik het nu moet noemen weet ik eigenlijk niet, haha. Dus ik hou het maar op een kort verhaal.

©Christa2007

9 Oktober

                                  9 Oktober

Proloog

Het is de laatste wedstrijd van het 1e team op het veld. Het is een regenachtige, donkere dag. Naast me staan Alyssa en Christiaan, die samen onder een paraplu staan. Hij heeft zijn armen om haar middel geslagen, en zijn hoofd rust af en toe op haar hoofd, terwijl hij met zijn lippen onopvallend haar blonde haren kust. Terwijl hij dat doet, houdt Alyssa de paraplu vast met haar ene hand, terwijl ze met de andere de arm van Christiaan streelt. Ook onopvallend, maar mij valt het op. Chris en Alyssa zijn altijd klef. Maar wel op een leuke manier. Voor Alyssa stond hun zoon, Robin, die losjes tegen zijn moeder aanleunde. Voor mij zitten Sara, Daphne en Eva, en nog wat andere uit de B-groep, met elkaar te kletsen en met Alyssa en Christiaan. En ook met mij. Het valt met altijd weer op hoe erg iedereen Alyssa en Chris bewondert, en waardeert. Altijd weer. De kinderen kijken hun altijd bewonderend aan; de jongste omdat het twee onwijs lieve mensen zijn, de wat ouderen omdat ze het zo schattig vinden dat die twee na al die jaren nog zo verliefd en klef zijn. Tenminste, dat denk ik. Omdat ik merk dat ik ze zelf zo ook wel eens bekijk. En dan denk aan hoe graag ik zou willen dat het zo zou gaan tussen mij en Wim; maar zo gaat het allang niet meer. Hoe dat komt? Ik heb geen idee. Ik merk dat het gestopt is met regenen, en doe mijn paraplu naar beneden. Niet veel later volgt die van Alyssa. “Hoeveel hebben jullie eigenlijk gespeeld?” vraagt Daphne mij dan. “We hebben gewonnen… 19-14.” Antwoord ik. Terwijl ik antwoord geef, zie ik dat Christiaan naast Alyssa komt staan, en zijn arm om haar heen slaat. “Mooi dat jullie gewoon hebben!” antwoord Daphne. Ik knik, en zie dat Alyssa haar hoofd in Chris’ schouder begraaft; ze heeft het koud, dat zie ik aan haar. Chris kust haar in haar nek, en dan draait Alyssa zich weer om, en drukt zich tegen Christiaan aan, terwijl hij nog altijd zijn arm om haar heen heeft. Als ik mijn hoofd weer terugdraai, om naar de wedstrijd te kijken, zie ik dat ik niet de enige ben die hen aan het bekijken was; Daphne doet het ook. Als ze haar hoofd ook weer terug draait, kijkt ze me recht in m’n ogen lachend aan. Met haar lippen vormt ze het woord “schattig”, en ik glimlach terug en knik. Dan richt ik me weer op de wedstrijd, denkend aan mijn man. Denkend aan wat hij nu aan het doen is. Waarschijnlijk aan het knutselen aan één van zijn motors; dat is zijn grootste hobby. Hij is bovendien niet zo’n korfballer als ik. Ik heb geen korfbalfamilie, zoals Christiaan en Alyssa hebben. Een familie waar het in het weekend om korfbal draait voor het hele gezin. Bij mij thuis zijn het alleen mijn dochter Ashley en ik. Voor mij is het weekend echter wel korfbal. Wim komt eigenlijk alleen kijken als ik moet spelen, en als hij dan komt zit hij meestal het grootste deel van de tijd in de kantine, een biertje te drinken. Het scherpe geluid van het fluitje van de scheidsrechter haalt mij uit mijn gedachten; de wedstrijd is afgelopen. Ik merk dat ik naar huis wil. Als ik me omdraai om weg te lopen, zie ik hoe Christiaan Alyssa loslaat –na nog even in haar hand geknepen te hebben, en dan naar de kantine loopt. Om iets te drinken te halen. “Wat een rot scheids, zeg! Jezus!” hoor ik Sara roepen, die samen met Alyssa en Daphne wegloopt, terwijl ze lopen te schelden op de scheidsrechter en over de wedstrijd praten. Alyssa wenkt me, en snel loop ik naar haar toe. Als we bij de kantine aankomen, vertel ik haar dat ik direct naar huis ga. Ze zegt nog “tot morgen”, want we hebben afgesproken om wat te gaan eten samen met Wim en Christiaan, en de kinderen. Nadat ik gedag terug heb gezegd tegen haar en eigenlijk iedereen in het algemeen, loop ik naar mijn auto. Snel. Ik wil naar huis. Naar Wim. Naar mijn man.

Maandag, 9 oktober

“Mam…mam?” ik hoor de vrolijke stem van mijn zoontje Rens in mijn linker oor. Als ik mijn ogen open en naar rechts kijk, zie ik dat het kwart over negen ’s ochtends is, en bedenk ik me dat het herfstvakantie is. Zuchtend draai ik me om. “Wat is er, lieverd?” “Papa vraagt of je een eitje wil bij je ontbijt.” Ik lach naar mijn zoontje. De vraag van Wim of ik een eitje wil, betekent in de geval waarschijnlijk ook dat hij het tijd vind voor mij om uit bed te komen. “Ik wil graag een eitje, schat. Zeg maar tegen je vader dat ik eraan kom!” Rens loopt vrolijk de kamer weer uit, terwijl ik m’n bed uit probeer te komen. Als ik de trap afloop, ruik ik koffie en ei door elkaar. Niet bepaald een lekkere combinatie, maar toch krijg ik er honger van. Ik hoop, dat als ik zo de keuken in loop, ik wordt begroet met een grote glimlach en een kus van Wim. Ik heb het plaatje van het perfecte ontbijt al helemaal in m’n hoofd; Rens en Ashley, lachend en etend naast elkaar en Wim en ik naast elkaar, terwijl hij zijn hand op mijn bovenbeen laat rusten. In real-life klopt daar echt niks van. Wim mompelt “goede morgen” tegen me, en zegt dat mijn eitje klaar is. Ik hoor Ashley en Rens in de woonkamer, ruziënd voor de tv of ze Totally Spies of Fairly Odd Parents gaan kijken. Nee, dit is totaal geen picture perfect. “Astrid, moet jij nog naar het ziekenhuis vandaag?” Met het ziekenhuis bedoelt hij mijn werk. Ik werk als verpleegster. Dat heeft hij gisteren ook al gevraagd en zuchtend antwoord ik: “Ik moet even invallen voor iemand. Vanmiddag.” “Oh ja.. dat had je al verteld. Sorry.” Hij loopt naar me toe, en kust me. Lang. Dát is nou wat ik wil. Alleen dat wat vaker dan één keer per week, maximum. Op het moment dat Wim onze kus verbreekt, komt Ashley binnen rennen. “Mam! Rens heeft de afstandsbediening verstopt, zodat ik geen Totally Spies kan kijken!” zegt ze boos. Ik besluit haar een plezier te doen, en zeg “Je kan toch in de kamer van papa en mij kijken?” Haar gezichtsuitdrukking zie ik veranderen. “Mag dat echt?” Ik knik, en Ashley roept “Tof!”, en rent vervolgens naar boven. Wim kijkt me lachend aan, en zegt dan: “Maar ik moet naar m’n werk.” “Dan ben je wel vrij laat.” Antwoord ik. “Klopt,” zegt hij, “daarom moet ik ook opschieten. Tot vanavond schat, ik ben op tijd voor het eten met Chris en Alys!.” Na nog een klein kusje op mijn wang, vertrekt hij.

Nadat ik gedoucht heb en mijn haar en make-up gedaan heb, hoor ik de bel gaan. Als ik de deur open doe, staat Desi voor de deur. Desi is de dochter van Christiaan en Alyssa. “Hey Dees!” “Hoi, moeder van Ashley. Komt Ashley mee skaten?” “Ik zal haar even roepen!” Even later zijn Desi en Ashley samen aan het skaten, en ben ik met Rens een spelletje aan het spelen. Na een half uurtje kondigt hij aan dat hij het zat is, en gaat tv kijken. Terwijl ik opruim, zie ik de trouwfoto van mij en Wim op het kastje staan. Ik heb hem al een tijdje niet afgestoft, dus er zit een aardig laagje stof op. Die dag zou ik graag nog een keer opnieuw doen, het was een geweldige dag. Ik wordt door de deurbel uit mijn gedachten gehaald, en als ik open doe, zie ik Ashley en Desi weer staan. “Mam.. mag ik alvast met Desi mee naar huis? We gaan daar anders toch straks heen.” Ik lach. “Tuurlijk mag dat. Hé Desi, als je er aan denkt, zeg dan tegen je moeder dat ik Rens rond een uur of twee bij jullie breng, oké?” “Oké.” “Bedankt Desi. Tot straks, meiden!”

Een uurtje later, nadat ik mijn middageten op heb, gaat de telefoon. Een collega van Wim.. of ik even door wil geven dat alles wat hij nodig heeft voor de presentatie naar zijn email is gestuurd. Natuurlijk wil ik dat….. maar Wim is toch gewoon op zijn werk? Volgens zijn collega is hij net weg gegaan, dus zal hij zo wel thuis komen.

Anderhalf uur later, als ik Rens naar Alyssa wil gaan brengen, is Wim echter nog steeds niet thuis. En heeft hij zijn telefoon uit staan. Voordat Rens en ik de auto in stappen, schrijf ik snel nog even een briefje voor Wim. Met wat zijn collega mij heeft vertelt, en de vraag of hij mij wil bellen, op mijn werk. Snel.

Als ik om zeven uur, nadat ik die paar uurtjes heb ingevallen voor een collega, naar mijn auto loop om snel naar Alyssa en Christiaan te gaan, heeft Wim nog steeds niet gebeld. Als ik op mijn mobieltje kijkt, zie ik dat hij daar ook niet gebeld heeft. Om kwart over zeven ben ik bij Alys en Chris, en Wim is er ook al. Maar behalve een “Hey, lieverd!” zegt hij niks. Als ik even zit, vertelt Alyssa dat het eten klaar is en roept ze de kinderen. En ook als we met zijn alle aan tafel zitten, zegt Wim geen woord over het briefje. Ik moet zeggen, dat ik daar flink pissig over ben. Maar goed, ik vraag er straks wel naar. Of als we thuis zijn. Na het eten, als Christiaan en Wim naar een voetbalwedstrijd op televisie kijken, en Desi, Ashley, Rens en Robin een spelletje spelen, komt Alyssa naar mij toe. “Wat is er aan de hand?” “Niks.” “As.. niet liegen!” “Alys… volgens mij is het echt heel stom wat ik denk.” “As, niks is stom. Kom, vertel.” Ik vertel Alyssa over vanmiddag, en dat ik vind dat ik eigenlijk nogal paranoïde doe, omdat ik direct zo overstuur ben omdat hij niet gebeld heeft. Als ik het allemaal vertelt heb, zegt Alyssa dat ze vind dat ik er gewoon naar moet vragen. Hij heeft toch niks te verbergen.

Dus, als Wim en ik die avond naar bed gaan, besluit ik om er gewoon naar te vragen. “Wim.. waar was je afgelopen middag?” Ik zie zijn gezichtsuitdrukking veranderen. “Wat bedoel je?” “Wat ik zeg…. Je collega belde dat je eerder was weg gegaan. Daar heb ik alleen niks van gemerkt.” Zijn blik verandert nog wat en lijkt haast… schuldig. Maar nog steeds geeft hij geen antwoord. Dus voeg ik toe: “Ik had een briefje achtergelaten…” Dan begint hij te praten. “Sorry, lieverd. Ik kon eerder weg, en ben toen aan m’n motor gaan werken. Ik heb je briefje denk ik gewoon niet gezien.” Zie je… ik wist wel dat ik me zorgen maakte om helemaal niks. “Hoe zit het dan met je presentatie?” “Oh, maak je daar maar geen zorgen over, As. Alles staat op mijn mail.”

Dinsdag, 10 Oktober

Pas als ik de volgende morgen vroeg, omdat ik moet werken, aan het ontbijt zit, vraag ik me af hoe Wim wist over de informatie die zijn collega aan mij had doorgegeven. Ik had er niks over gezegd. Tijd om het aan Wim te vragen, heb ik alleen niet; binnen vijf minuten moet ik weg. Dus weer een briefje schrijven maar. Dit keer alleen met de vraag “bel me”. En deze plak ik op de koelkast. Dan weet ik tenminste zeker dat hij het niet zal missen.

Een uurtje later, als ik bezig ben het infuus van iemand te vervangen, krijg ik te horen dat er telefoon voor me is. Zodra ik klaar ben met het infuus, loop ik naar de koffiekamer waar ook de telefoon is. Een collega en goede vriendin van me, Melinda, zit aan de telefoon, maar wenkt me zodra ik binnenkom. Ze vertelt me dat het Wim is. “Hey schat, met mij!” Wim is blijkbaar niet zo vrolijk, want hij vraagt me alleen maar: “Waarom moest ik je bellen?”. Ik wordt een beetje zenuwachtig, want als Wim pissig wordt om wat ik ga vragen, zal het niet echt gezellig zijn straks thuis. Toch wil ik het weten. “Wim… hoe wist je dat alles voor je presentatie naar je email was gestuurd?” Iets te snel naar mijn zin antwoord hij “Nou… van je briefje.” En daardoor raak ik in de war. “Dat briefje had je toch helemaal niet gelezen?” En toen was het stil aan de andere kant van de lijn. Heel erg stil. “As… ik moet weg, voor die presentatie. Vanavond praten we erover verder. Tot vanavond.” En dan hangt hij op, zonder op een antwoord van mij te wachten. De rest van de middag, vraag ik mij af wat er in godsnaam aan de hand is.

Om vijf uur ’s middags precies stop ik met de auto voor het deur van mij huis. Wim’s auto staat er al. Als ik binnen kom, mis ik het gegil en gelach van de kinderen. Als ik verder loop naar de keuken, geeft Wim al antwoord op mijn vraag. “Ashley en Rens zijn bij Alyssa….. ik wilde even met je praten… zonder hun erbij.” Ik vind het helemaal niks, zoals dit klinkt. Wim kijkt me schuldig aan, en ik vraag me af wat er aan de hand is. Ik laat mezelf in één van onze keukenstoelen vallen. “Wat is er aan de hand, Wim?” Voor hij begint te praten, zucht hij. Dan begint hij. “Astrid…. Het spijt me zo.” M’n maag begint zich een beetje om te draaien. “Wat spijt je zo, Wim?” Hij zucht opnieuw. “Eerst wil ik dat je weet, dat ik van je hou. Heel veel.” Ik wil weten wat er aan de hand is. Nu. “Wim… wat is er?” “As… gistermiddag.. ik was bij Ilse.” Ilse? Wat moet hij daar nou weer? Hij coacht samen met Ilse af en toe Ashley’s korfbalteam, en Ilse zit ook bij mij in het team. “Wat moest je bij Ilse?” vraag ik met een bibberige stem. “We zouden wat gaan bespreken, over Ashley’s team. Alleen… het bleef niet echt bij praten.” Hij haalt zijn handen door zijn haar en zucht. Ik merk dat ik tranen in mijn ogen krijg. “Hoe bedoel je?” “Astrid…. Zij en ik.. we hebben met elkaar… we zijn met elkaar…” hij stopt met praten. Mijn ogen fonkelen van boosheid. “Wim! Wat wil je nou precies zeggen?” Terwijl ik het nu vraag, weet ik eigenlijk het antwoord al. “We zijn met elkaar naar bed geweest.” Fluistert hij. Toch slaat het in als een bom, als hij het zegt. Hij heeft me bedrogen. Met een vriendin van me, een teamgenoot. “Het spijt me zo Astrid. Het spijt me zo.” Met tranen in zijn ogen kijkt hij me aan. Maar ik vind dat hij geen rede heeft om te huilen. “Ja… nou… het spijt mij ook.” Met die woorden sta ik op, en loop ik weg. Ik pak mijn jas en tas en sleutels, en loop naar mijn auto. Weg van Wim. Ik hoor hem nog mijn naam roepen, maar ik doe alsof ik het niet hoor. Ik loop de deur uit en stap mijn auto in. Als ik de auto gestart heb, en weg rijdt, vraag ik me echter af waar ik heen zal gaan. Nog geen 100 meter verderop zet ik mijn auto langs de kant, en bel ik Alyssa. “Hallo, met Alyssa.” Al naar een keer over gaan neemt ze op. “Alys… met mij. Is Chris al thuis?” “As… ja. Wat is er? Heb je gehuild?” Ik wist wel dat ze direct zou merken dat er wat was. “Alys… wil je vragen of hij Ashley en Rens naar huis brengt? Ik moet met je praten.”

Nog geen tien minuten later zit ik bij Alyssa op de bank, huilend. Christiaan heeft –gelukkig- Desi en Robin ook meegenomen. Huilend vertel ik Alyssa wat Wim mij net heeft vertelt. Alyssa zegt eerst niks; ze slaat alleen haar armen om me heen, en dat vind ik fijn. Een tijdje zitten we zo samen. Dan kijkt ze me aan en zegt: “Ik… ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Behalve dan dat… ja dat het onwijs kut is. Maar ja.. daar heb je natuurlijk niets aan.” Ik glimlach naar haar door mijn tranen heen. “Het is iets.” We kijken elkaar zwijgend even aan, totdat Alyssa zachtjes vraagt: “En wat ga je nu doen?” “Ik weet het niet. Ik ben zo boos op hem. En op Ilse. Ik weet gewoon niet wat ik moet doen. Want… als ik nu naar huis ga, en Rens en Ashley merken iets… dat wil ik niet. Maar ik kan toch ook niet wegblijven?” Ik zucht. Alyssa is heel even stil, en zegt dan: “Ik heb misschien wel een ideetje. Maar dan moet ik wel Chris even bellen. Ik ben zo terug.” Ze pakt de huistelefoon, en op het moment dat ze begint te praten, hoor ik het deuntje van mijn telefoon. Een sms’je, van Wim. Hij vraagt waar ik ben, en of ik naar huis wil komen. Dan hoor ik Alyssa zeggen “Geregeld.”

Ongeveer twintig minuten later, sta ik voor de deur van huis. Alyssa heeft ervoor gezorgd dat Ashley en Rens een nachtje bij haar en Chris kunnen blijven slapen. Chris was eerst nog een milkshake gaan halen met de kinderen en was dus gelukkig nog niet thuis geweest. Als ik de deur open doe, zie ik nergens licht branden. Op de keukentafel zie ik een briefje liggen, voor mij.

Lieve Astrid…..,
Ik bedenk me net pas dat je mij waarschijnlijk niet wil spreken of wil zien. Ik ben vannacht in een hotel. Bel me als je wil praten of iets… Wim.

Woensdag, 11 oktober

Om acht uur wordt ik wakker, na een nacht van ongeveer drie uurtjes slaap, gok ik. Ik vraag me af wat ik ga doen… Wim bellen of niet? Ik wil hem eigenlijk wel spreken…dus ja, dan zal ik hem moeten bellen. Na een half uurtje heb ik ontbeten, en ben ik gedoucht en aangekleed. Ik zie er vreselijk uit, dat heb ik ook wel door, en dus neem ik de moeite niet eens om me op te maken. Het is dan ook pas iets over half negen als ik de telefoon in mijn hand heb om Wim te bellen. Al na één keer overgaan, neemt hij op. “Met Wim.” Ook hij klinkt niet echt uitgeslapen. “Hey… met mij.” Ik praat zachtjes. “As!” Hij wil wat tegen me zeggen, maar ik ben sneller. “Kom naar huis… om te praten.”

20 minuten later zitten we op de bank; ik aan de rechter kant, hij aan de linker kant. “Astrid… ik ben zo….” “Shh… mag ik beginnen?” Wim knikt, en ik begin. “Ik… ik begrijp gewoon niet, waarom je het hebt gedaan.” “As… het spijt me zo.” En dat maakt me een beetje pissig. “Ik hoef geen sorry’s te horen… ik wil weten waarom je het gedaan hebt!” Wim zucht. Ja, ik snap wel dat het nou niet echt een makkelijke vraag is. “Ik… ik weet het niet. Het gebeurde gewoon.” Ja… dat antwoord kon ik natuurlijk verwachten. De tranen in mijn ogen verdwijnen langzaam, en maken plaats voor boosheid. “En wat als die collega van je nou nooit gebeld had, en ik helemaal niet had geweten dat je maandagmiddag niet op je werk was? Had je het dan ook vertelt?” “Astrid…” “Ja of nee.” Hij zucht, waardoor ik zijn antwoord dus eigenlijk al weet. “Nee dus.” Antwoord ik voor hem. Op dit moment weet ik eigenlijk wel genoeg, en ik sta op om weg te gaan. “Astrid, wacht.” Wim loopt snel achter me aan en pakt mijn hand. Als ik me omdraai, kijken we elkaar recht in de ogen. De zijne zin waterig, en ik weet dat de mijne boos zijn. “Alsjeblieft, Astrid. Laat mij je eerst nog wat vertellen.” Zijn grip op mijn hand laat hij langzaam los. “Ga je gang.” En hij begint te vertellen. “Dit klinkt heel cliché, dat weet ik, maar het gebeurde gewoon. We waren aan het praten, over Ashley’s team, en toen begon ze ineens over dat haar vriend het had uitgemaakt. We dronken een biertje… en nog één… en toen begon ze me te zoenen. En ik weet niet waarvoor maar… maar ik stopte haar niet. Toen ik thuis kwam, en jou briefje zag liggen… ik voelde me zo stom. Ik durfde gewoon niet te bellen. En toen bij Alys en Chris… ik wilde het gewoon vergeten. Maar dat kon ik niet. Ik kan niet tegen je liegen, Astrid, en dat wil ik ook niet. Maar ik wil je ook geen pijn doen.” “Maar dat heb je wel. Heel erg.” Nadat ik dat gezegd heb, denk ik even na over wat hij met net heeft vertelt. En dan ga ik verder met praten. “Dus… door die twee biertjes raakte jij totaal van de wereld ofzo, en wist je niet meer wat je deed?” Oké… dat klonk nogal bitchy. Maar goed. Ik ben boos, heel boos. “Nee… dat bedoel ik niet… ik wil alleen maar…” “Je dacht gewoon, ik vermeldt het er even bij, misschien dat ze dan stom genoeg is om te denken dat ik dronken was ofzo? Kom op, ik ben niet achterlijk!” En het is stil. Ik wil tegen hem schreeuwen… ik wil hem slaan maar ik kan het niet. Wim is inmiddels naar de keuken gelopen; iets te drinken halen gok ik. Ik snap niet dat hij zomaar wegloopt, midden in een gesprek. Ik heb wel gelijk; even later komt hij terug met een biertje in z’n hand. Ik denk dat Wim en ik eerst eens moeten praten over wat we gaan doen, tegenover de kinderen. “Wim… wat gaan we nu doen?” “Waarmee?” “Nou… met ons. Met de kinderen. Ik wil absoluut niet dat Ashley en Rens ook maar iets weten van wat er gebeurd is. In ieder geval totdat ik weet wat ik… wat ik wil.” Hij kijkt me aan. “Wat bedoel je?” Ik zucht… dit is niet makkelijk. “Tot dat ik weet wat ik wil met jou. Met ons.” “Bedoel je dat je… dat je van me wil scheiden?” Ik zucht; dat is de vraag die ik mij ook afvraag, en ik antwoord: “Dat weet ik dus niet.” Even is het stil, totdat ik zeg: “Wim… ik wil… ik wil nu gewoon even bespreken wat we gaan doen.”

Een uurtje later, na nogal wat gepraat en zelfs nog een beetje ruzie, zijn we eruit; hij blijft thuis. Zo valt alles minder op, zeker voor de kinderen. Maar moeilijk is het wel. Moeilijk om zo dichtbij hem te zijn, terwijl ik dat op dit moment eigenlijk niet wil. Moeilijk om geen ruzie te maken, en niet te huilen. Maar ik wil het wel zo doen, zo proberen in ieder geval. Voor Ashley en Rens.

Terwijl Wim naar Alyssa belt, om te vragen hoe laat hij de kinderen op moet komen halen, denk ik aan afgelopen zondag. Aan hoe erg ik toen wilde dat Wim en ik zo klef waren als Alyssa en Christiaan. Nu, is het enige wat ik wil een relatie met mijn man. Een relatie die ik misschien wel kwijt ben.

Als Wim net de deur uit is, krijg ik een telefoontje van Annemarie, uit het 2e. Ze vraagt of ik morgenavond wil invallen bij hun oefenwedstrijd. Er zijn nogal veel mensen die niet kunnen, en een groot deel van het 3e zal moeten worden opgetrommeld, vertelt ze me. Mijn hoofd staat niet echt naar korfbal op het moment. Ik vertel Annemarie de grote lijnen over wat er tussen mij en Wim aan de hand is, want ze is een goede vriendin van me. Ze zegt dat ze anders Alyssa wel belt, maar ik zeg dat ik zal spelen. Want Annemarie, en een groot deel van het 2e, zijn goede vrienden van mij. En bovendien; mijn cluppie laat ik liever niet in de steek.

Donderdag, 12 oktober

Het is zeven uur, zie ik op mijn klok. De wekker is net gegaan, ik moet werken vandaag. Als ik me omdraai, zie ik Wim liggen, aan de hele andere kant van het bed. Hij ligt naar me te kijken, maar ik doe alsof ik het niet merk. Ik douche me, kleed me aan, doe mijn make-up en ontbijt. En ik ga naar mijn werk. Net als normaal.

Tijdens mijn pauze, rond een uur of één, staan Alyssa en Annemarie voor mijn neus. “As… van je baas mochten we je het komende half uur gezelschap houden, tijdens je normaalgesproken saaie lunch!” zegt Annemarie vrolijk. Alyssa zegt niks, en glimlacht alleen maar. Ik denk dat ze Annemarie alles heeft verteld, ook dat het Ilse is. Dat had ik haar gisteren niet verteld. Ik denk dat Alyssa zich een beetje schuldig voelt, maar dat is nergens voor nodig. Tijdens de lunch vertelt Annemarie dat naast mij ook Ronald, Christiaan en Valérie meegaan vanavond voor de wedstrijd. Gelukkig geen Ilse. Als de twee na een half uurtje weer vertrekken, merk ik dat ik dit wel even nodig had. Lekker roddelen en kletsen met mijn vriendinnen. Als ik de deur van mijn kluisje open doe, om water te pakken, zie ik een kaartje liggen dat tussen één van de spleten door is geschoven. Het is van Annemarie en Alyssa. Er staat op: Lieverd… het spijt ons. Alles. Ik (Alyssa) hoop dat je niet boos bent dat ik Annemarie alles vertelt heb. We willen gewoon dat je weet, dat we er altijd voor je zijn, en dat je altijd kan bellen om te praten ofzo. We houden van je!!! Liefs, Alys en Ann. Ik glimlach naar het kaartje. Het is fijn om te weten dat ze er voor me zijn. Dan hoor ik Melinda’s stem; ze roept dat ik haar moet komen helpen. En wel nu.

Om vijf uur ’s middags moet ik verzamelen, voor de wedstrijd. Christiaan komt me zo ophalen, zodat we samen kunnen rijden. Da’s wel zo makkelijk. Ik heb nog ongeveer een half uur, als ik thuis kom, om mijn tas in te pakken en een broodje te smeren. Ik zie nergens licht branden als ik binnen kom, en als ik naar de koelkast loop zie ik een briefje van Wim liggen.

Ik ben met de kinderen naar mijn ouders. Er zijn nog pannenkoeken over van tussen de middag, misschien kun je die meenemen voor vanavond. Wim.

Ik zie dat hij heeft getwijfeld of hij nog iets voor “Wim” moest schrijven. Ik vind het wel lief van hem, dat hij wat voor mij heeft overgelaten. Ik zou alleen willen dat hij dat ook eens deed voordat hij met Ilse het bed in was gedoken.

Tijdens het verzamelen zie ik inderdaad Ronald en Valérie staan, en natuurlijk Christiaan. Van het 2e zie ik Elise, Jeroen en Annemarie. We moeten alleen nog wachten op Erik. Als Annemarie mij ziet, komt ze nogal paniekerig naar me toe. “As… ik hoor het ook pas net, maar Jeroen is zo slim geweest om Ilse te vragen om ook mee te gaan.” Kut. Kut, kut, kut. “Kut.” “Ja, nogal.” Antwoord Annemarie. “Maar ja, hij weet natuurlijk niks van Wim en haar.” Zeg ik dan zuchtend. Annemarie kijkt me schuldig aan. “Ja… nu dus wel, sorry. Ik werd nogal pissig en toen gooide ik het er per ongeluk uit. Sorry.” “Het is oké, Ann. Ooit zal de rest het sowieso toch wel te weten komen.” “As… daar is Ilse.” Zegt Annemarie dan. Ik zie Ilse lopen, en zodra ze mij ziet, went ze haar hoofd snel af. Ik vraag me af wat ik zal doen; haar confronteren of niet. Ik besluit daar nog maar even mee te wachten. Nou ja, in ieder geval tot na de wedstrijd.

Als ik later in het veld sta, klaar om te gaan spelen, baal ik flink. Ik sta bij Ilse in een vak. En ik weet echt niet of ik me wel kan inhouden als ze straks óf kritiek op me levert óf juist heel lief tegen me gaat doen. Ik zie dat er wat supporters voor ons zijn gekomen. Ik zie Alyssa, samen met Robin en Desi; ze zwaait naar me. En ik zie Daphne en Sara. Met zijn 5-en verdwijnen ze van de tribune, en komen even later naar de reservebank; dat is inderdaad wel gezelliger. Ik zie Alyssa naar me kijken, met een blik van ‘ga je het volhouden, met haar in een vak?’. En ik glimlach maar gewoon terug.

Tijdens de wedstrijd, merk ik dat ik geen bal naar Ilse gooi. Maar ik ben niet de enige; ze staat gewoon totaal niet vrij. Ik ben blij dat ik ook bij Chris in het vak sta, want dat sta ik normaal als ik zelf speel eigenlijk ook altijd. We spelen goed samen. De 1e helft is voor mijn gevoel al gauw afgelopen, en na een korte pauze gaan we weer verder. Valérie komt erin voor Ilse, en ons vaak draait direct een stuk beter. We scoren veel en laten weinig door. De eindstand van de wedstrijd is in ons voordeel; 19-11. En ik ben blij dat het goed ging. Vooral die 2e helft. Na de wedstrijd gaan we nog wat drinken, inclusief Sara, Daphne, Alyssa en de kinderen. Als we met z’n alle achter het bier en de cola zitten, bedenk ik met dat ik Ilse nu toch echt wel even wil spreken. Niet eens om haar uit te schelden of zo; gewoon even vragen waarom ze het nodig vond om met mijn man het bed in te duiken. Dus zodra ik Ilse op zie staan, om naar de wc of zo te gaan, ga ik haar achterna.

Als Ilse de wc uitkomt, en mij ziet staan, schrikt ze. Ik beloof me zelf dat ik niet al te bitchy zal doen. Nou ja, ik zal het proberen. “En, was het echt nodig met mijn man?” Oké. Dat is dus niet gelukt. Het lijkt alsof Ilse wat… relaxter is, nu ze zeker weet dat ik het weet van haar en Wim. “Hij heeft het je dus vertelt.” “Uhm, ja.” Ilse zucht. “Kijk, het spijt me As. Maar bedenk wel, dat hij voor jou gekozen heeft.” Dan loopt ze de wc uit, pakt haar sporttas en loopt de sporthal uit. En laat mij achter met heel veel vragen.

Als ik thuis kom, ligt Wim al op bed. Maar dat kan me nu even geen reet schelen. Ik wil weten wat Ilse bedoelde. En wel nu.

Vrijdag, 13 oktober

Het is 5 uur ’s ochtends, en ik lig denk ik al wakker sinds een uur of één. Dat is de tijd dat ik naar bed ging. Alleen, na een ruzie met Wim. Een grote ruzie. Nadat ik hem gisterenavond had wakker gemaakt, vroeg ik hem wat Ilse bedoelde. Eerst vloekte hij zachtjes, en toen wist ik eigenlijk al dat er iets was dat hij me niet had vertelt. Toen begon hij te vertellen. Er was al een keer eerder iets tussen hun gebeurd, een tijdje geleden. Daarna hadden ze gepraat, lang, en besloten dat ze het nooit aan iemand zouden vertellen, en het gewoon zouden vergeten. Maar omdat ze samen Ashley’s team bleven coachen, was het niet makkelijk om alles te vergeten. Zei hij. En toen gebeurde het dus opnieuw. Met tranen in mijn ogen heb ik toen gevraagd wat Ilse bedoelde met ‘hij heeft voor jou gekozen’. Toen vertelde hij, dat Ilse serieus aan een relatie tussen haar en Wim dacht. En dat hij Ilse ook echt leuk vond, en echt verliefd was geweest. En dat hij toen moest kiezen tussen haar en mij en de kinderen, omdat hij anders misschien nog meer mensen pijn zou doen. Dat vond ik echt een domme opmerking; alsof hij nog niet genoeg mensen pijn had gedaan. Hij zei dat hij haar had vertelt dat hij voor mij en de kinderen had gekozen. Met een zucht. En dat vond ik toen genoeg. Ik was, nee ben nog steeds, woedend. Ja, hij heeft voor mij en de kinderen gekozen. Maar hij heeft tegen me gelogen, toen hij zei dat hij zo nodig eerlijk tegen me wilde zijn. En hij geeft me het gevoel dat ik zijn 2e keus ben. Toen hoefde ik hem niet meer bij me in bed te hebben; de bank was nog vrij.

Datzelfde vertel ik die middag aan Alyssa, na mij werk als ik Ashley en Rens op kom halen. Nu ben ik alleen niet meer zo sterk. En terwijl Desi en Robin boven zitten met Ashley en Rens en aan het spelen zijn, huil ik uit bij Alyssa. “Heb je hem nog gesproken, na gisterenavond?” vraagt ze dan. “Nee… god, Alys, ik heb hem niet eens aangekeken. Nou ja, wel een beetje. Hij bleef me maar aankijken met die puppyogen van hem,” snik ik, “ik weet gewoon niet meer wat ik moet doen.” Even ben ik stil, en dan ga ik verder. “Voor mijn gevoel ben ik zijn 2e keus, en dat wil ik niet.” Alyssa begrijpt wat ik bedoel. We praten nog een tijdje over wat andere dingen. Vrolijkere dingen, maar niks verzet mijn gedachten van Wim. En over hoe het nou verder moet. Het is een tijdje stil, en ik hoor zachtjes “Here Without You” van 3 Doors Down op de radio. Dan vraagt Alyssa “Zullen we anders morgen iets gaan eten, bij de Chinees ofzo, samen met Valérie en Ann?” “Alys… ik weet niet of dat…” Alyssa protesteert, blijkbaar heeft ze door dat ik daar geen zin in heb. Dúh. Natuurlijk heb ik daar niet echt bepaald zin in. “As, alsjeblieft?” “Nou.. oké dan.” Misschien hebben zij een idee om te helpen, voeg ik in mijn gedachte toe. Alyssa glimlacht. “Mooi. Ik bel Ann en Vaal wel, en ik kom je wel om een uur of zeven ophalen. Op dat moment komen Robin, Ashley, Rens en Desi de trap afrennen. Ashley en Rens zijn blij om naar huis te gaan; ik wat minder.

Om ongeveer half zes stappen we met z’n drieën het huis in, en onmiddellijk ruik ik iets lekkers, iets Italiaans achtig. Ashley en Rens rennen de keuken in, naar hun vader. “Pap!” Ze geven allebei hun vader een knuffel. “Hey! Alles goed?” Ze knikken allebei, en rennen dan één voor één de trap op naar hun kamer. Dan draait hij zich om en kijkt naar mij. “Hey.” “Hoi.” Antwoord ik. Dan draai ik me weer om, om mijn tas weg te leggen en jas uit te trekken. Wim gaat verder met koken. Als ik op de bank plof en de tv aan zet, om het laatste stukje van As The World Turns te kijken, voel ik twee handen op mijn schouders. Wim. “Astrid… kunnen we even praten?” Ik draai me om, en kijk hem aan. Hoeveel zullen we nog bereiken met praten? Maar goed, we zullen wel praten. Maar nu niet. Dus ik zeg. “Straks. Als de kinderen op bed liggen, oké?” Hij knikt, en loopt weer naar de keuken om verder te gaan met het eten.

Een uurtje nadat we klaar zijn met eten, gaat Wim de kinderen op bed leggen, en kijk ik naar Goede Tijden, Slechte Tijden. Wow, wat lijkt mijn leven dan ineens op die van die mensen daar. En ik bedenk me welke personages ooit een affaire hebben gehad met de beste vriend of vriendin van hun man of vrouw. En dan hoor ik iets op tv, wat mij doet denken aan wat ik altijd zeg: Always look on the bright side of life. Want er is altijd wel een lichtpuntje. Dat vertelde ik ook aan Alyssa, toen ze hoorde dat haar moeder kanker had en waarschijnlijk niet beter zou worden. En volgens mij hielp het wel een beetje. Natuurlijk, het was totaal niet leuk. Maar zij en haar moeder hebben wel goed afscheid van elkaar kunnen nemen. Maar dat kwam natuurlijk niet door wat ik tegen haar zei. Nu zeg ik dus ook tegen mezelf; always look on the bright side of life. En probeer ik dat lichtpuntje te vinden.

Na iets meer dan twintig minuten, komt Wim weer naar beneden. “Kunnen we nu praten?” vraagt hij direct. “Ga je gang.” Antwoord ik. Hij vraagt dan “Hoe gaat het?”, maar ik weet dat hij eigenlijk iets bedoelt als ‘heb je me al vergeven, of weet je in ieder geval al wat je wilt?’, en dat zeg ik dus ook. Hij haalt zijn schouders op en zegt: “Dus je wilt niet praten.” “Jawel hoor.” Hij is in de war, zie ik aan hem. “Kijk, As… het enige wat ik wil weten is… is of je ooit van plan bent om mij te vergeven.” Ik zucht. Hallo… gisteren heeft hij pas de waarheid vertelt. Verwacht hij dan dat ik na een dag al zeg, dat alles wel weer prima is? Toch zou ik het antwoord op die vraag zelf stiekem ook wel graag willen weten. “Ik weet het niet.” Wim negeert wat ik zeg, en gaat verder met zijn verhaal. “Want dan weet ik ook of het over is tussen ons.” “Wil je dat dan?” “Natuurlijk niet! Jezus, As… ik wil bij jou zijn. Alleen bij jou.” “Ja… nu wel.” Antwoord ik. Wim is niet blij met dat antwoord. “Wat wil je nou horen, Astrid? Dat het me spijt? En dat ik alles wil doen om ervoor te zorgen dat het goed komt? Want dat weet je allemaal al! Verdomme, Astrid, ik hou van je.” Ik wil hem zo graag vergeven. En dan vanavond in zijn armen in slaap vallen. Maar dat kan ik gewoon niet. Ik sta op van de bank, en ga met mijn rug naar hem toe staan; zo kan hij niet zien dat ik tranen in mijn ogen krijg. Dan antwoord ik “Ik hou ook van jou.”. Hij staat ook op, en komt achter me staan. Hij pakt m’n schouders vast en draait me om, zodat ik recht in zijn ogen kijk. “Vergeef me dan, Astrid.” Met tranen in mijn ogen antwoord ik. “Dat kan ik niet. Nu nog niet.”

Zondag, 29 oktober


Het grootste deel van de club weet het inmiddels, over Wim en Ilse. En Ilse wordt nog nauwelijks aangekeken. Niet door het team, door de jongeren. Marieke, de voorzitsters van de club, werd woedend toen ze het hoorde. Ze ging echt totaal uit haar dak, en heeft tegen Ilse gezegd dat ze eigenlijk niet meer welkom is op de club. Dat vind ik best lullig. Het is tenslotte niet alleen haar fout. Maar goed. Ik heb besloten me niet zo op Ilse te concentreren. Maar da’s nog best moeilijk. Ik zit nu bij het 2e te kijken, en continu komen er mensen op me af die vragen hoe het is. Ik weet ook wel dat ze het lief bedoelen, maar het wordt vervelend om alsmaar hetzelfde opnieuw te vertellen. Om het überhaupt met andere te delen. Maar ik wil nu gewoon even korfbal kijken. Het lijkt wel alsof iedereen door heeft dat ik dat denk, want na een kwartiertje komt er niemand naar me toe. Nou ja, om over Wim te praten dan. Halverwege de 1e helft, komt Alyssa binnen en zodra ze me ziet, komt ze naar me toe. Gezellig! Ik heb haar al een tijdje niet gesproken. Tijdens de wedstrijd vraagt ook zij hoe het met me gaat. Als zij het vraagt, vind ik het niet zo erg. Ik vertel haar over de afgelopen weken, en ook over hoe het was om aan mijn ouders alles te vertellen. Dat was in één woord verschrikkelijk. Ze schilderden hem direct af als één of andere vreselijke, onbetrouwbare en ongevoelige man. Maar zo zie ik hem niet. Ik vertel Alyssa ook, dat Wim sinds afgelopen donderdag in ParChris is, voor zijn werk. Voor een week. Ik moet toegeven, dat dat nogal heftig is. Zo zonder hem, en dat begrijpt Alyssa wel. In de 2e helft, komen de wat diepere vragen van haar. “As… dit is geen makkelijke vraag, dat weet ik ook wel. Maar weet je al of je bij hem blijft of niet?” Over die vraag heb ik dus ik heel lang nagedacht. En heel vaak. Zo zonder Wim nu, is het voor mij ook een soort oefening. Over hoe het zal zijn, zonder hem. “Tja… dat is waar ik ook veel over na denk. Maar… het antwoord daarop weet ik nog steeds niet. Ik wil hem niet kwijt, Alys. Maar als ik denk aan hem en Ilse… ik kan gewoon niet geloven dat hij daar meer dan tien jaar huwelijk voor riskeert.” Zwijgend kijken we vervolgens weer naar de wedstrijd. De wedstrijd duurt nog ongeveer een kwartier, als Christiaan op mij en Alyssa af komt lopen. “Hey Astrid, Alys.” Hij omhelst mij even kort, om te laten weten dat hij er voor me is. Dan geeft hij Alyssa een lange kus, en ik zie dat ze een beetje protesteert; ze vind het lullig voor mij. Maar ik glimlach naar haar, zo van ‘ga toch door, let niet op mij!’. Want ik vind ze nog steeds super schattig samen.

Als ik die avond thuis kom, vroeger dan normaal na een wedstrijd, omdat ik Ashley en Rens op bed moet leggen, zie ik dat er een bericht is ingesproken op de voicemail. Ik luister; het is van Wim. Hij zegt: “As, hey… ik ben het. Ik wilde gewoon… gewoon weten hoe het gaat met Meg en Rens… en met jou. Maar je bent op de korfbal. Ik bel vanavond nog wel.” Dat is het berichtje. En het maakt me aan het huilen. Als ik mezelf op de bank laat zakken, vraag ik me af waarom precies. En dat weet ik wel; ik mis hem. En zijn stem… hij klonk zo verdrietig. Als Ashley en Rens roept dat zij en Rens klaar zijn om te gaan slapen, veeg ik snel de tranen van mijn wangen, en zet een nep glimlach op mijn gezicht. Dit staat er de laatste tijd nogal vaak. En dan ga ik naar boven.

Ik zit op de bank, tv te kijken. Naar Bones. Daar kijken Wim en ik normaalgesproken samen naar. Nou ja, de laatste tijd niet meer. Dan gaat de telefoon. “Met Astrid.” “Hey, met mij.” Wim. “Hey.” “Zijn Rens en Ashley nog wakker?” “Uhm, nee. Sorry. Ik heb ze een uurtje geleden op bed gelegd.” “Oh. Oké. Dat is niet erg. Ik bel morgen ofzo nog wel.” Het is eventjes stil, en dan zeg ik: “Was dat waarvoor je belde?” “Ja… eigenlijk wel. Of… nee.” Het is een paar seconde stil, en dan zegt hij “Ik mis je, As.” “Ik jou ook.” En dan hang ik op.

Tot een uur of elf zit ik voor de televisie. Wim heeft niet meer terug gebeld, gelukkig. Ik meende wat ik zei aan de telefoon; ik mis hem echt. En volgens mij meende hij het ook. Als ik van plan ben om naar boven te gaan, hoor ik iets op de trap. Even later staat Ashley voor mijn neus, huilend. “Wat is er lieverd?” “Ik heb eng gedroomd, mam.”snikt ze. Ik maak plaats voor haar op de bank, en ze nestelt zich tegen me aan. “Waarover?” “Over jou en pap… dat er met jullie hetzelfde ging gebeuren als met Lily’s ouders en dat jullie heel veel ruzie hadden!” Ik pijnig mijn hersenen; Lily..? Dan weet ik het; Lily’s ouders zijn pas geleden gescheiden, en Lily had het daar heel moeilijk mee. “Ach… lieverd.. kom eens hier, gekkie!” Ik geef haar een knuffel, en zeg “Wil je wat warme chocolademelk?” Ze knikt, en als ik de keuken inloop om het te maken, vraag ik me af of Ashley enig idee heeft van wat er gaande is tussen mij en Wim. Ik vind het vreselijk om haar zo overstuur te zien van de gedachte alleen al dat haar vader en ik zouden gaan scheiden. En dan weet ik zeker dat ik haar dat nooit aan zou willen doen; tenzij Wim en ik zo’n koppel zouden worden dat continu ruzie heeft. Zij en Rens betekenen alles voor me, en hun wil ik geen pijn doen. Nooit. Ik loop terug naar de woonkamer, en geef Ashley haar chocolademelk. We zittend een tijdje naast elkaar, pratend en met Cartoon Network aan, totdat ze het op heeft. “Zo… en nu naar bed, dame! Je moet morgen gewoon naar school.” Protesterend staat ze op, en ik zet de televisie uit en loop achter haar aan. Eenmaal in haar bed, vallen haar ogen direct dicht. Ik blijf nog even bij haar zitten, en streel haar zachtjes door haar haren. Vijf minuutjes later, als ik ook bij Rens ben geweest, kruip ik ook mijn bed in. Een leeg bed. Wonder boven wonder slaap ik snel, ondanks alles waar ik over na moet denken.


Maandag, 30 oktober

Om half acht zitten we met z’n drieën aan het ontbijt. Over een half uurtje moet ik ze wegbrengen, naar school. Om acht uur staan we klaar om weg te gaan, als de bel gaat; het zijn Desi, Robin en Alyssa. Vrolijk roept Desi dat ze ons op komen halen, zodat we met zijn zessen naar school kunnen lopen. En dus vertrekken we richting school met z’n zessen.

Nadat alle vier de kinderen in de goede klas zitten, lopen Alyssa en ik samen naar huis. “En… Wim nog gesproken?” vraagt ze voorzichtig. Op die vraag zat ik stiekem wel een beetje te wachten. En dus begin ik te vertellen. “Hij belde gisterenavond… hij zei dat hij me miste.” Dan vertel ik over Ashley’s nachtmerrie, en wat ik gister allemaal dacht. Als laatste voeg ik toe: “Ik zou willen dat het allemaal wat simpeler zou zijn. Dat we van elkaar houden, en dat daar alles goed mee is. Dat het dan allemaal wel goed komt. Maar… dat kan gewoon niet.” We praten nog wat verder, ook over haar en Chris. En over Alyssa’s verjaardag. Die is al snel; aanstaande vrijdag. “Je komt toch wel hé?” vraagt ze dan. “Natuurlijk! Wat dacht jij dan… nog speciale wensen?” Alyssa denkt even na. “Dat jij en Wim bij elkaar komen.” Zegt ze zacht. Dan slaat ze haar hand voor haar mond. “Kut! Dat zei ik hardop volgens mij…” Ik glimlach. “Uhm… ja.” Ik vind het stiekem wel heel lief van haar, dat ze het zei. Zelfs op voor haar verjaardag denkt ze aan mij, in plaats van zichzelf. Dan zijn we bij mijn huis, en stoppen we. Ze omhelst me even, en dan zeg ik: “Ik zie je morgen denk ik dan. Op trainen.” Alyssa knikt. “Zeker wel. Tot morgen!” En ze loopt weg, op weg naar haar huis een eindje verder. Dan zit ik alleen in huis, Ik hoef niet naar mijn werk, en heb werkelijk geen idee wat ik moet gaan doen.

Rond een uur of één heb ik zo ongeveer alle tijdschriften in huis gelezen, en beslis ik dat ik maar eens de stad in ga. Het is al een tijd geleden dat ik daar voor het laatst was. En ik heb zin om iets te kopen; een lipgloss, nieuwe schoenen, een dvd… whatever. Zolang het maar iets is.

Een half uurtje later sta ik in de Kruidvat, bij de make-up. Ze hebben daar een heel lange rij vol met allerlei make-up; I love it! Ik ben opzoek naar een nieuwe lippenstift. Na een paar seconde, komen er twee meisjes naast me staan. Ik hoor ze praten. “Die nieuwe lipgloss, die in de CosmoGirl! stond.. die moet ik gewoon hebben!” “Alsof je er nog niet genoeg hebt.” Zegt de ander lachend. Ik glimlach en dan bedenk ik me dat ik die stem ken. Als ik naast me kijk, zie ik Daphne, van de korfbal staan, samen met een vriendinnetje denk ik. “Hey!” “Hoi, Astrid.” Zegt ze vrolijk. Dan antwoord ik: “Moet je nu niet op school zitten?” Verlegen glimlacht ze en antwoord “Tja… ik had wiskunde. En toen vroeg zij of ik mee ging naar de stad, en toen dacht ik, wat wil ik liever; met haar opzoek naar één of andere lipgloss, of saaie wiskundeles die ik toch niet snap? De keuze was snel gemaakt, weet je.” Ik lach. “Ja, ik zou het ook wel weten.” Dan roept haar vriendin dat ze de lipgloss heeft gevonden, en dat Daphne haar moet helpen met de kleur. Daphne zucht en roept dat ze zo komt. “Alsof ze zelf niet weet wat voor kleur ze wil…” zegt ze zuchtend. Dan vraagt ze verlegen: “Je vind het vast vervelend dat ik het vraag enzo… maar ik wil het wel graag weten… hoe eh… hoe gaat het met je?” Ik glimlach; lief van haar. Ik zie dat ze het vervelend vind om te vraag, zoals ze al zei, maar ik vind het niet zo erg. Ik antwoord: “Het gaat wel.” Ze glimlacht. “Oké. Hoor eens… ik ben waarschijnlijk niet de eerste die je het zou vragen.. maar als je ooit een oppas of whatever nodig hebt voor Ashley en Rens… je kan altijd bellen.” Ik glimlach. “Bedankt… daar hou ik je aan.” Ze knikt, zegt gedag en loopt dan naar haar vriendin, die ongeduldig staat te wachten, met een roze lipgloss in haar ene hand en in haar andere een rode. Ik glimlach; Daphne is een lieve meid.

Om drie uur kom ik thuis, en ligt er een kaart-achtig iets op de deurmat. Nee, twee; 1 voor Ashley en Rens, en één voor mij. Van Wim. Ik leg de kaart voor de kinderen op een kastje, en lees de mijne.

Lieve Astrid… over een paar dagen ben ik weer thuis, en ik kan niet wachten tot ik jou en de kinderen weer zie… ook al weet ik niet of je mij wel wilt zien. Ik weet niet wat je me gaat vertellen als ik weer thuis ben, maar ik wil wel dat je weet dat ik de afgelopen dagen veel heb nagedacht. En veel denk heb gedacht aan jou, en aan ons. Ik mis je heel erg, en ik weet hartstikke goed dat je me kan vertellen, dat als ik thuis kom dat je van me wilt scheiden. En dat kan ik je ook niet echt kwalijk nemen. Maar… gewoon, dat je het weet… je bent mijn 1e keus. Mijn aller eerste keus. En of je me nou gelooft of niet, dat ben je altijd geweest. Altijd. Ik hou van je… Wim.

Ik glimlach naar de kaart en fluister “Ik ook van jou.” En nee, dat hoort hij niet, dat snap ik ook nog wel. Maar ik meen wel wat ik zeg, en ik denk dat dat op het moment het belangrijkste is.

Dinsdag, 31 oktober

Het is een uur of half vijf als ik die middag thuis kom van mijn werk, en m’n voicemail afluister. Ik hoor een berichtje van de oppas; ze is ziek, en kan niet oppassen vanavond. Daar is ze lekker op tijd mee. Hoe vind ik, in godsnaam, in een paar uur tijd een nieuwe oppas? Dan denk ik aan Daphne’s aanbod… dat is misschien wel het makkelijkste dat ik nu kan doen. Bovendien kent Ashley haar ook al een beetje. Ik pak mijn telefoon, en zoek Daphne’s nummer. En zodra ik het heb gevonden, bel ik haar.

Drie kwartier later zit ze al bij me op de bank. “Heb je eigenlijk al gegeten?” : Uhm nee. Ik kom pas net uit school, ik moest nablijven. Ze zijn achter dat spijbelen van die wiskunde les gekomen.” Zegt ze zuchtend. Ik lach. “Er zijn nog pannenkoeken, die kunnen jij en Ashley en Rens wel eten, als je wilt.” “Thanks.” Nadat ik haar heb vertelt wanneer Ashley en Rens naar bed moeten enzo, vertrek ik om zes uur richting Christiaan en Alyssa, zodat we met z’n drieën naar de sporthal kunnen lopen. Die is vlakbij onze huizen.

Tien minuten later lopen we met z’n drieën richting de sporthal. Chris en Alys zijn zo lief voor me; ze willen persé dat ik in het midden loop, en slaan dan allebei een arm om me heen. Het ziet er volgens mij nogal debiel uit, omdat Alyssa een stuk kleiner is dan dat ik ben. Maar het maakt me wel aan het lachen, en Alyssa en Chris ook. Een half uur later, wat normaalgesproken een minuut of 15 is, komen we onwijs melig aan in de sporthal. We gaan ons omkleden, en dan kan de training beginnen.

Om iets na tienen lopen Alyssa, Christiaan en ik weer naar huis. De training was niet zo heel erg zwaar; geen conditietraining deze keer, maar vooral veel praten. Over dat Ilse weg is, echt weg. Naar een andere club ofzo. Verder is er gelukkig niet zoveel gezegd over haar of mij of Wim. Op de terugweg, bieden Chris en Alys aan om nog een stukje verder met me mee te lopen, en dat aanbod neem ik graag aan; zo in het donker is het niet fijn om alleen te lopen. Eenmaal bij mijn huis, nemen we afscheid. “Oh ja, Astrid… vrijdag avond gaan Chris en ik samen met de kinderen uit eten, voor mijn verjaardag. Je wist natuurlijk al dat ik het zaterdag vierde, maar willen jij en Wim en de kinderen misschien mee uit eten?” vraagt Alyssa voorzichtig. Ik twijfel even, maar ik zie dat Alyssa het graag wilt, dus ik antwoord “Ja, tuurlijk!” Alyssa lacht en zegt “Super! Ik bel je nog over de tijd en de plaats enzo.” “Oké, prima.” We zeggen elkaar gedag, en dan stap ik mijn huis in. Daar brand alleen licht in de woonkamer zie ik, en staat de televisie zachtjes aan. Ik kom vrolijk binnen lopen, en zie Daphne voor de televisie zitten. “Hey!” Ze draait zich met een ruk om. “Jezus! Ik schrok me kapot!” zegt ze met grote ogen. Dan lacht ze naar me en zegt “Da’s wel een leuke begroeting zeker, niet?” Ik moet lachen. “Ach, ik heb het erger meegemaakt.” We lachen samen, en dan vraagt ze. “Hoe was trainen?” “Prima.” Antwoord ik, en ik vertel een beetje wat we gedaan hebben. Als ik klaar ben, knikt ze en zegt dan: “Oh ja… uhm Wim belde nog. Hij zou morgen terugbellen.” Ik knik. “Hij klonk verdrietig.” Voegt Daphne eraan toe. We praten nog een tijdje, en zo leer ik haar een beetje kennen. Ze vertelt over school en over jongens. Ik kom erachter dat ze verliefd is. Om elf uur gaat haar telefoon; haar ouders, of ze haar al kunnen komen ophalen, want die vinden het nu toch echt te laat om haar alleen naar huis te laten komen. Als haar ouders een minuut of tien later voor de deur staan, verontschuldig ik me direct voor het feit dat ik Daphne zo lang aan de praat heb gehouden, maar die vind het onzin; ze zegt dat ze het gezellig vond, en dat ze het leuk zou vinden om nog eens op Ashley en Rens te passen. Dan gaat ze weg. Ze zwaait nog even naar me, en ik zwaai terug. Dan doe ik de deur dicht, en doe hem ook op slot.

Om iets na half twaalf kom ik de douche uit. Ik ben doodmoe. Als ik de slaapkamer in loop, klaar om naar bed te gaan, zie ik mijn mobiele telefoon trillen. Een sms’je… van Wim. Hey As… ik had nog gebeld, maar de oppas zei dat je niet thuis was. Ik bel je morgenmiddag nog, dan kan ik Rens en Meg ook nog even spreken. Ik weet niet of je nog wakker bent, maar zo ja alvast weltrusten. Zo niet… goede morgen. Ik sms terug: Hey… nee, ik sliep nog niet. Ik moet morgen wel werken, dus je kunt het best rond een uur of vijf, zes bellen, dan zijn we alledrie wel thuis, denk ik. Welterusten. Dan zet ik mijn telefoon uit, en ga naar bed. Ik sla de dekens om me heen, en sluit mijn ogen. Als gauw ben ik in dromenland.

Woensdag, 1 november

Om kwart over acht zet ik de kinderen af bij school, en rij ik door naar het ziekenhuis om te gaan werken. En dan begint een lange dag vol werk. Ik kan mijn hoofd er niet echt bij houden, en ik krijg regelmatig van collega’s te horen dat ik nogal afwezig ben. Dat heb ik zelf ook wel een beetje door. Ik moet de hele tijd denken aan Wim… en aan Wim en mij. En, aan dat hij al bijna terug komt.

In mijn pauze zit ik samen met Melinda buiten op een muurtje voor het ziekenhuis. Het zonnetje schijnt een beetje, en het is best warm voor een dag in november. Terwijl Melinda aan haar 2e sigaret begint –damn, wat is het toch een kettingrookster- eet ik mijn brood op. “Hé As, heb jij al gehoord wat er gister op de EHBO was gebeurd?” vraagt ze dan. “Eh, nee, hoezo?” Melinda lacht. “Dan heb ik nog wel een verhaal voor je. Moet je horen.” En terwijl ik eet, vertelt zijn een verhaal over één of andere man die iets te veel naar ER had gekeken. “Ja, dus komt die gast aan de balie, totáál bezopen, en vraagt naar Susan. Nou, ik viel even in voor Irene, en aangezien ik werkelijk geen idee heb wie daar allemaal werken, zei ik dat ik het even zou vragen. Nou, Irene zegt dus hier werkt helemaal geen Susan. Dus ik weer terug naar die gast, en die zegt dan ja maar… er werkt hier toch een Susan Lewis? Dus ik dacht… what the fuck??” De rest van mijn pauze wordt gevuld met Melinda’s verhaal over die man, en dat het grappig was. Als laatst voegt ze toe “De hele afdeling heeft de rest van de avond ER nagedaan, als het even kon.”

Om kwart voor vijf loop ik samen met Ashley en Rens het huis in. “Wat eten we vanavond, mam?” vraagt Rens. “Kip met sperziebonen.” Zeg ik. Zijn gezicht staat op onweer; volgens mij vind hij het niet zo lekker. Dus voeg ik toe “En appelmoes.” Ik zet de televisie alvast aan, want over een paar minuten begin As The World Turns. Mijn vaste soap, waarvan ik helaas vaak de helft mis omdat ik moet koken. Hoe gek het ook klinkt, ik vind het leuk om te genieten van andermans problemen… zeker toen ik die zelf nog niet had. Om mee te leven met die mensen. Heerlijk. Als As The World Turns net is begonnen, gaat de telefoon. “Hallo, met Astrid.” “Het, met mij.” Wim. “Hey.” Ik weet totaal niet wat ik moet zeggen…dus zeg ik direct: “Ik zal Ashley even roepen.” Ik roep Ashley, en geef de telefoon. Als ik vertel dat het haar vader is, pakt ze enthousiast de telefoon over en begint vrolijk te babbelen in het ding. Na tien minuutjes komt Rens naar beneden, met de telefoon in zijn hand. “Mam, pap wil jou nog even.” Daar was ik al bang voor. Wat moet ik zeggen? Ik heb je gemist of… ja, weet ik veel. Maar ik zeg tegen Rens “Oké, bedankt schat.” Hij geeft de telefoon en loopt vrolijk weer naar boven. “Hey.” Zeg ik. “As… waarom gaf je Ashley nou direct de telefoon?” Eerlijk antwoord ik “Ik wist niet wat ik moest zeggen… nu eigenlijk nog niet.” Teleurgesteld antwoord hij “Oh.. oké.” Ik zeg dan ineens, zonder na te denken “Ik vond het lief, dat sms’je van gister.” Hij klinkt wat blijer, als hij antwoord. “Ja… ik vond het jammer dat je er niet was. Maar ik wist eigenlijk wel dat je moest trainen. Was er trouwens een andere oppas?” vraagt hij dan. “Daphne? Ja, Sara belde af, ze was ziek. En Daphne had eigenlijk net aangeboden om te oppassen als het nodig was. Dus dat aanbod nam ik graag aan.” “Oké. Ze klonk als een heel aardig meisje.” We praten nog een tijdje, en ik vertel over Alyssa’s verjaardag. Het lijkt een beetje op een gesprek van vroeger, gewoon praten over de kinderen en dat soort dingen. Na een half uurtje moet Wim opleggen; een zakendiner. Als ik gedag zeg, zegt hij zachtjes: “Ik hou van je, As.” En dan legt hij op, zodat ik geen antwoord kan geven.

Om kwart voor zeven is het eten klaar, en ik roep Ashley en Rens. Aan tafel, vertelt Ashley enthousiast over haar gesprek met haar vader. En dat hij haar heeft beloofd dat ze een keer naar ParChris gaan… samen met haar broer en mij.

Donderdag, 2 november

Om zeven uur gaat de wekker, en voor het eerst in dagen merk dat ik goed geslapen heb. Echt goed. Ik ben vrolijk, en ik weet waarom; Wim komt vanavond thuis. Wel pas laat, maar toch. Ik ben eruit; ik weet wat ik hem ga vertellen. En ik moet zeggen, dat dat best goed voelt.

Op het schoolplein kom ik Alyssa tegen, en als we samen terug naar huis lopen, merkt zij ook op dat ik vrolijk ben vandaag. Ik glimlach alleen maar. “Hé Alys, weet je al waar en hoe laat we gaan eten?” vraag ik dan. Alyssa lacht en zegt: “Tijd… ja. Plaats… nee. Chris wil niet zeggen waar we heen gaan, en Robin zegt ook niks. Zelfs Desi laat niks los. Dus ik ben bang dat je hem moet bellen ofzo, en het dan aan hem moet vragen.” Ik lach. “Oké dan.” “Het enige dat Chris tegen me heeft gezegd, is dat iets moois aan moest trekken.” Vervolgt ze. “Oeh, chique!” zeg ik lachend. Even later nemen we afscheid. Ik stap mijn huis in, en plof op de bank. Ik trap mijn schoenen uit; ik hoef vandaag niet te werken. En ik kan kiezen; dvd kijken of strijken. Ik kijk naar de stapel strijk, en besluit dat het misschien wel slim is dat ik wat ga doen, voordat ik helemaal geen kleren meer heb om aan te trekken. Dus zuchtend begin ik eraan, en kom ik erachter dat die stapel nog groter is dan ik dacht.

Die middag, als ik op Ashley en Rens wacht op het schoolplein, zie ik Alyssa nergens. Zo is het wachten wel saai. Een minuut later tikt er iemand op mijn schouder, en als ik me omdraai, zie ik Christiaan staan. “Hey As, ik dacht al dat jij het was!” “Hey!” Ik lach en zeg dan. “Ik hoorde van Alys dat je haar niet wil vertellen waar jullie morgen gaan eten.” “Waar wij gaan eten,” verbetert Chris. Dan zegt hij “Dat klopt. Het is een verassing. Maar jij mag het natuurlijk wel weten. We gaan om half zeven eten bij ‘de kleine hond’.” Wauw. Hoe debiel die naam ook klinkt, het is een onwijs duur en lekker restaurant. Wim en ik hebben daar gegeten toen we tien jaar getrouwd waren… vlak voor alles met Ilse. “Wauw!” “Dat dacht ik ook.” Lacht Chris. “Dus, trek iets chique’s aan.” “Doe ik.” antwoord ik. Niet veel later komen de eerste kinderen de deuren uitgelopen, waar ik Desi tussen zie lopen, en ook Rens. Uiteindelijk komen ook Robin en Ashley naar buiten, als twee van de laatste.

Om half negen leg ik Ashley op bed. Rens ligt al een tijdje, maar Ashley heeft totaal geen zin om te gaan slapen. “papa komt zo thuis, mam!” “Ik weet het, lieverd.” Zucht ik. “Ja, maar ik wil opblijven!” “Liefje… papa komt pas heel laat thuis. Dus, als je nu snel gaat slapen zie je papa morgen ochtend snel.” Ze begrijpt niet helemaal wat ik zeg –volgens mij klopt de zin ook totaal niet, maar goed-, maar ze gaat wel liggen. En doet gauw haar oogjes dicht.

Als ik op de bank zit, denk ik aan Wim. Ik ben erachter wat ik wil, hoe ik het wil. De afgelopen ben ik erachter gekomen wat ik wil. En dat zal ik hem ook gaan vertellen.

Om tien uur besluit ik om naar bed te gaan, ook al wil ik ook wel graag op Wim wachten. Als ik bijna slaap, hoor ik een sleutel in het slot, en even later voetstappen. Van Wim. Ik herken die gewoon. Ik hoor hoe hij onze slaapkamer in loopt, en hoe hij voorzichtig op mijn kant van het bed komt zitten. Ik vraag me af wat hij zal doen als hij denkt dat ik slaap, dus ik hou, heel gemeen, mijn ogen dicht. Ik voel hoe hij zijn hand op mijn wang legt, en hoe hij die streelt. Ik ruik zijn aftershave. Dan staat hij weer op, en fluistert: “Ik heb je gemist.” Dan kust hij mij op mijn voorhoofd, en loopt de kamer uit. Met een glimlach op mijn gezicht, val ik in slaap.

Vrijdag, 3 november

Als om 7 uur de wekker gaat, komen Rens en Ashley de slaapkamer in lopen. “Mam, pap brengt ons naar school, dus je kunt nog even slapen als je wil!” zeggen ze. Dat aanbod neem ik graag aan; Wim en ik kunnen nu toch niet praten. Nadat ik ze allebei een kus heb gegeven, rennen de twee weg en draai ik me nog een keer om.

Om half negen kom ik m’n bed uit, en als ik de keuken in kom zie ik dat de tafel nog gedekt is. Ik loop naar het koffiezetapparaat en zet het aan. Dan hoor ik de voordeur open gaan en weer dichtvallen; hij is thuis! Ik draai me om, en zie hem staan. Ik lach naar hem, en hij lacht voorzichtig terug. Ik denk, dat ik degene ben die moet gaan beginnen met praten. Langzaam loop ik naar hem toe, en zeg: “Ik heb jou ook gemist.” Dan loopt hij op me af, en omhelst me. Hij houdt me stevig vast, en het lijkt alsof hij voorlopig niet van plan is om me los te laten. Na een tijdje doet hij dat natuurlijk wel, en vraagt zachtjes.. “Ik neem aan dat je… dat je weet wat je wilt tussen ons?” Ik knik. Wim kijkt een beetje… bang als ik begin met praten. “Weet je… ik heb zitten denken aan een scheiding…” hij kijkt me aan, waterige ogen. “Maar… ik… ik wil dat niet. Niet voor de kinderen… maar ook niet voor mezelf. Afgelopen week zonder jou… ik vond het helemaal niks. Ik heb je zo gemist. En… ja… ik ben boos om wat je hebt gedaan. Daar haat ik je misschien wel om. Maar ik haat je niet, om wie je bent. Dan kan ik niet. Ik wil gewoon verder met jou… vooruit kijken. Ik hou van je.” Zijn gezichtsuitdrukking verandert. Hij lacht. “Jeetje… As… ik… ook van jou!” Ik merk dat ik hem wil kussen; gewoon, zijn lippen weer op de mijne willen voelen. Dus ik stap op hem af, en we kijken elkaar aan. Hij legt voorzichtig zijn arm om mijn middel, en ik leg mijn armen om zijn nek. Dan kus ik hem.

Die avond, zitten we met zijn zessen in “De Kleine Hond”. Als Wim en ik binnen komen met de kinderen, heb ik een grijns op mijn gezicht die ik er niet af krijg. Het is weer even wennen, maar het voelt direct weer goed om samen met hem te zijn. Als we bij het tafeltje aan komen, valt het Chris en Alyssa volgens mij ook wel op. “Alys, gefeliciteerd lieverd!” zeg ik zodra ik haar zie, en ik omhels haar even. Ze ziet er echt onwijs mooi uit; een mooi, zwart jurkje en haar blonde haren netjes maar toch ook casual opgestoken. Ze heeft een onwijs mooie parelketting om. Zodra Wim, Ashley, Rens en ik de hele familie hebben gefeliciteerd, trekt Alyssa me mee naar de wc. Waarschijnlijk wil ze weten wat er aan de hand is.

Zodra ze heeft gecheckt of er niemand anders in de wc is, wat dus niet zo is, gilt ze enthousiast als een tiener “En?!?” “En wat?” vraag ik onschuldig. “Je weet wat ik bedoel…” Ik glimlach. In een razendsnel tempo vertel ik haar wat er deze middag is gebeurd. Om de paar seconde roept ze “Aw!” of “Echt?!” en ze lacht de hele tijd. Ze is blij voor me. Als ik klaar ben met mijn verhaal te vertellen, voeg ik eraan toe: “Maar vandaag is voor jou. Vertel… nog iets leuks gebeurd vandaag? Je ziet er onwijs mooi uit, trouwens!” “Thanks! Weet je, vanmorgen maakten Desi en Robin ontbijt op bed voor me. Zo lief. En toen zijn ze samen naar school gelopen, zodat Chris en ik even samen konden zijn. Dat wisten zij niet, maar goed. En… oh, het was super gewoon. Ik zal je alle details besparen, maar we hebben gekust. Veel. En gewoon een tijdje op bed gelegen voor de tv, ik in zijn armen. En toen gaf hij me dit!” lachend wChrist ze naar haar ketting. “Het is geweldig! Echt onwijs mooi. Lucky you!” antwoord ik bewonderend. Alyssa glimlacht en zegt: “Ik ben niet de enige gelukkige, volgens mij.”

Pas twintig minuten later komen we weer terug bij het tafeltje, en zitten de anderen ongeduldig op ons te wachten; ze hebben honger. “Mam! Kom hier zitten!” zegt Rens tegen me. Snel gaan Alyssa en ik zitten; zij tussen Christiaan en Desi in, en ik tussen Rens en Wim in. “Mama, gaan we bestellen?” hoor ik Desi tegen Alyssa zeggen. Snel bestellen maar, voordat we dat nog drie keer moeten horen van de andere drie kinderen. Vijf keer als we Wim en Chris ook meetellen.

Tijdens het eten voel ik Wim’s hand voorzichtig op mijn bovenbeen. Af en toe verdwijnt ook mijn hand even onder tafel, en pak ik Wim’s hand even. Christiaan merkt het op, en lacht naar me. En mij valt het op, dat ook zijn hand onder tafel is; waarschijnlijk op Alyssa’s been. Ik glimlach, eigenlijk naar mezelf. Ik voel me gelukkig. Intens gelukkig.

Eenmaal thuis, gaan Ashley en Rens direct naar bed; ze zijn doodmoe. Niet veel later, volgen Wim en ik. Als ik voor de spiegel sta, om een enorme hoeveelheid make-up van m’n gezicht af te halen, komt Wim de badkamer in lopen. Hij kust me in mijn nek en zegt dan “Je zag er echt heel mooi uit vanavond. Net als altijd.” Lachend antwoord ik “Slijmbal!” Een kwartiertje later zijn we allebei klaar om naar bed te gaan. Als we allebei het bed in kruipen, voelen we ons allebei nogal ongemakkelijk. Het is toch gek, om weer naast hem te liggen. Maar ook wel fijn. Ik schuif langzaam wat meer in zijn richting; ik wil zijn arm om mij heen. Volgens mij is hij blij dat ik de eerste stap maak en hij schuift ook naar mij toe. Ik leg mijn hoofd op zijn borst, en hij legt zijn arm schuin over mijn buik. Hij kust me in m’n nek. Ik draai mijn hoofd in Wim’s richting, en we kussen. Lang. Dan ga ik weer liggen. “Welterusten, As.” “Welterusten.” “Ik hou van je.” Zegt hij dan nog. “Ik ook van jou.” Fluister ik. En dan val ik in slaap. Maar niet, voor ik mezelf eraan herinner hoe gelukkig ik me nu voel.

Epiloog

Het is de eerste wedstrijd van het 1e op het veld. Het is een warme, zonnige dag. Ik sta naast Christiaan en Alyssa. Christiaan staat achter Alyssa, zijn armen om haar middel geslagen en af en toe kust hij haar schouder. Voor mij zitten Eva, Sara en Daphne en hun vrienden. Op Daphne’s ene knie ziet Desi, en Ashley zit op de andere; de twee vechten haast om haar aandacht, maar ze lijkt het goed te kunnen verdelen tussen de twee. Daphne past vaak op Ashley en Rens; dat vinden ze leuk, en Daphne volgens mij ook. Ik zie Daphne naar achter kijken en ze lacht. Ze vraagt aan Desi en Ashley of ze even op willen staan, en de twee staan protesterend op. Dan staat ze zelf ook op, en loopt richting de kantine. Als ik me omdraai, zie ik haar in een omhelzing met een knappe jongen. Als ze even later terug komt, komt ze naast mij en Alyssa staan. Alyssa lacht naar haar, en als ik naar Daphne kijk, vraag ik: “Is dit die jongen waar je het over had, tijdens het oppassen?” Ze knikt en glimlacht trots. Dan vraagt ze: “Is Wim er niet?” Van achter ons hoor ik dan “Jawel hoor!”, en Daphne en de jongen maken plaats voor hem. Wim slaat zijn armen om mij heen en kust me. Ik zie Daphne naar ons kijken en glimlachen. Ik lach terug. Dan slaat Wim zijn arm om mij heen, en houdt me vast. Als we naar de wedstrijd kijken, merk ik bij de tegenpartij een bekend gezicht op; Ilse. Ze heeft weliswaar haar haar geverfd en is wat afgevallen, maar ik herken haar wel. Zij mij ook. Ik zie haar angstig naar me kijken; ik beantwoord die blik met een glimlach. Een aardige glimlach. Ik hoop dat ze gelukkig is. Of gelukkig wordt. Ik ben dat in ieder geval wel. Ik verlang niet meer naar die klefheid en verliefdheid, die Chris en Alyssa hebben; die heb ik nu. Dan hoor ik het fluitje van de scheids; de wedstrijd is afgelopen. En we hebben gewonnen. Daphne en haar vriend lopen hand in hand naar de kantine, met Desi en Ashley voor hun voeten. Christiaan en Alyssa lopen naast mij en Wim, zijn arm om haar schouder en haar arm om zijn middel. Bij mij en Wim precies hetzelfde. Alyssa en ik hebben oogcontact en we glimlachen naar elkaar. Allebei willen we voorlopig nog even niet naar huis; eerst nog even genieten van die arm die we om ons heen hebben

Einde

*Dit verhaal staat gepost op verschillende sites, echter alles is gepost door mijzelf.*

©Christa2007

Desi

                      Desi

Mensen denken altijd dat wij het perfecte huwelijk hebben, hij en ik. En eerlijk is eerlijk; slecht is het ook niet. Maar “perfect” is zo’n groot woord. Dat gebruik ik niet graag. We hebben, in die vijftien jaar dat we getrouwd zijn, nog nooit echte, grote ruzies gehad. Of andere problemen. Nooit. Voordat we trouwden, was dat wel anders. Gek eigenlijk, hoe dat veranderd is. We hielden van elkaar, altijd al en nu nog steeds. Vroeger hadden we echter om de haverklap meningsverschillen. Problemen hadden we dan weer niet zo heel erg vaak. Maar als we die hadden, was het vrij serieus. En vlak voordat we trouwden, kwam ons grootste probleem. Als ik eraan denk nu, ben ik verdrietig. Helemaal kapot, eigenlijk. Niet omdat ik ermee door ben gegaan. Maar omdat ik het niet gehouden heb. Omdat ik haar pas te laat echt heb leren kennen.

Het begon allemaal zo’n zeventien jaar geleden. Ronald en ik kenden elkaar een jaar of drie, en waren net anderhalf jaar samen. We woonden net samen in een leuk appartementje. Zoals ik al zei, we hadden vaak genoeg ruzie. Niet echt ruzie natuurlijk, maar gewoon meningsverschillen. Maar altijd maakten we het weer goed. Standaard. En hoe… Laat ik het zo zeggen, het was altijd of in bed óf op de bank. Whatever… als we maar goed lagen. Nou, dan weet je waarschijnlijk wel wat ik bedoel. Tijdens één van die keren, begin maart, moet het eigenlijk wel gebeurd zijn. ’s Avonds hadden we namelijk niet echt veel tijd om ‘het’ te doen. Ik werk in een ziekenhuis, als verpleegster, en moest in die tijd nogal eens de avonddienst doen, van vier uur ’s middags tot middernacht. Dat heb je nou eenmaal, als student. En tja, als ik dan thuis kwam wilde ik vaak vooral één ding; slapen! In ieder geval, ergens begin maart moet het dus gebeurd zijn. Een week of drie later, schat ik, begon het. Ik was af en toe misselijk, en bovendien was ik zes dagen over tijd. Ik weet het nog zo goed, toen ik op drie april de drogist in liep om een zwangerschapstest te halen. Bloednerveus was ik, toen ik hem open maakte. Toen ik die streepjes zag verschijnen, flipte ik hem helemaal. Ik was verdorie net twintig, en Ronald en ik waren toch nog niet echt lang genoeg bij elkaar voor een kind. Tenminste, dat vond ik dan toch. Ronald was niet thuis, toen ik de test had gedaan. Pas een uur of drie later kwam hij thuis. In die tussentijd, heb ik eerst een tijd zitten huilen. En ik bedacht voor mezelf wat ik moest doen. Ronald vertellen dat ik zwanger was of niet? Het kind houden of niet? Zo niet, een abortus of adoptie? Maar eigenlijk wist ik onmiddellijk al dat ik sowieso geen abortus wilde. Toen Ronald thuis kwam, zag hij onmiddellijk dat er wat aan de hand was. Mijn ogen waren rood en dik, en volgens mij zaten er nog lichte strepen mascara op mijn wangen ook. Het aan Ronald vertellen was echter niet eens zo moeilijk. Want we waren dan misschien nog niet zo super lang bij elkaar, ik wist toch zeker dat hij mij niet in de steek zou laten. Nooit. En dat heeft hij ook nooit gedaan. Ronald’s antwoord weet ik nog precies. Het ging ongeveer zo;

“Dees… wat zeg je? Zwanger… jij? Hoe… hoe kan dat nou?” Glimlachend antwoordde ik: “Je was er toch echt zelf bij hoor.” Wat een cliché antwoord. Maar goed. Ronald keek even naar de grond, en krabde met zijn hand op zijn hoofd. Toen keek hij me aan, recht in mijn ogen. Glimlachend. “Dat is geweldig.”

We hebben er over gepraat toen. Lang. En allebei wisten we eigenlijk dat we er gewoon nog niet aan toe waren. We waren allebei dol op kinderen, nu nog steeds. Uiteindelijk hebben we nog twee kinderen gehad, een meisje Elise en een jongen, Sam. Maar toen waren we gewoonweg te jong. We waren allebei in de bloei van ons leven, nog aan het ontdekken wat we wilden. Dat klinkt waarschijnlijk heel erg cliché. Maar waar was het wel. Maar wat ik direct al tegen hem zei, was dat ik geen abortus wilde. Daar was hij blij om; dat wilde hij ook niet. We hadden nog acht maanden om te bedenken wat we wilden. Gelukkig. Niet lang nadat ik Ronald had verteld dat ik zwanger was, gingen we naar de dokter. Samen. Op die eerste echo, was nog niet zo heel veel te zien. Maar een tijd later, toen ik bijna tweeënhalve maand zwanger was en de echo bekeek, kon je al een klein mensje zien. En dat was zoiets speciaals. Mijn ouders en zijn ouders hebben we samen verteld dat ik zwanger was, toen ik twee maanden zwanger was. We gingen ergens eten, met z’n zessen, en ’s avonds vlak voordat we naar huis gingen, had ik eindelijk de moed gevonden om het te vertellen. Halverwege klapte ik echter dicht. Toen nam Ronald het van me over, zo lief. Hij vertelde het precies zoals ik het gezegd zou hebben. Zowel mijn als zijn ouders waren stil. Heel stil. Maar toen Ronald vertelde, dat ik het niet zelf wilde houden, werden mijn ouders woedend. Zo, verschrikkelijk was dat, stonden ze midden in dat restaurant te schreeuwen. Zijn ouder waren wat positiever; ze begrepen het wel. Uiteindelijk begrepen mijn ouders ook wel dat we er gewoon nog niet aan toe waren. Gelukkig.

Op eerste kerstdag, 1990, werd ons kindje geboren. Ik heb haar nog wel mogen zien. Het was een meisje. Een ongelofelijk mooi meisje. De adoptiefouders, hadden Ronald en ik zelf uitgekozen. Het waren twee heel lieve mensen, die zo’n half uur rijden van ons vandaan woonden. Amber en Erik, zo heetten ze. Toen mijn meisje geboren werd, wilden ze er graag bij zijn. En dat mocht. Na de bevalling, wilde ze persé dat ik haar even vast hield, en haar even bekeek. Zodat ik zeker wist dat ik haar af wilde staan, zeiden ze. Ondanks het feit dat ik onmiddellijk een band voelde met dat lieve, kleine meisje, wist ik zeker dat ik de goede keuze had gemaakt. Amber en Erik hadden echter nog één vraag voor ons. Ze wilden weten, hoe Ronald en ik het meisje genoemd zouden hebben. Want zo wilden ze haar graag noemen. Daardoor wist ik eigenlijk meteen al, dat ons kindje goed terecht zou komen. Maar ja, dat wist ik eigenlijk al zodra ik Amber en Erik voor het eerst had gezien. En ja, Ronald en ik hadden nagedacht over namen. We hadden een heel lijstje. Elise –zo hebben we uiteindelijk alsnog onze andere dochter genoemd,- Allison, Ashley, Robin, Marissa en Megan. En die laatste is het uiteindelijk geworden. Ronald heeft een foto gemaakt, van mij en Megan. En eentje van ons drieën. En dat was verder het enige wat ik van haar had. Was, inderdaad.

Want zeven jaar geleden, gebeurde er iets wat ik nooit had kunnen verwachten. Net als iedere andere week, was ik op een dinsdagavond op de club. Trainen en trainen geven. In die tijd gaf ik trainen aan een D-team, samen met Astrid. Ik zal niet zeggen dat ik nooit aan Megan heb gedacht, die jaren daarvoor. Maar ik stond er niet echt iedere dag bij stil. En zeven jaar geleden veranderde dat dus. Want die dinsdagavond, zat er een nieuw meisje in het team dat ik trainen gaf. Angelique, degene die in die tijd alle nieuwe leden voorstelde en ervoor zorgde dat ze in het goede team terecht kwamen, had mij al laten weten dat er een nieuw meisje kwam dat Megan heette. En toen ik haar zag.... Ik weet niet waarom, maar ik wist gewoon zeker dat ik haar kende. Megan was toen een lief, 10-jarig meisje. Bovendien vond ze de sport leuk, en kon ze het nog vrij goed ook! Anyway, zoals ik al zei, ik herkende haar ergens van. En die naam, dat was natuurlijk sowieso al een bekende naam. Maar pas toen ik de ouders van Megan zag, ongeveer drie weken later, wist ik het zeker. Want die ouders, waren Amber en Erik. Die herkende ik nog wel. En al die tijd, de twee keer per week dat we trainden en die ene keer dat we een wedstrijd speelden, was Megan bij me geweest. Mijn dochter was zo dicht bij me. Amber en Erik herkenden mij niet meer. Of misschien wilden ze me wel niet meer herkennen. Toen ik Ronald vertelde over Megan, wist hij in eerste instantie niet zo goed wat hij daarmee moest. Ja, hij dacht aan haar. Maar we konden nu moeilijk vadertje en moedertje gaan spelen; ze had al ouders. Dat was ook zo. Dus iedere keer dat ik Megan zag, kon ik haar niets vertellen. En als ze geblesseerd raakte tijdens een wedstrijd, kon ik gewoon niet tegen haar doen zoals ik tegen mijn andere kinderen deed als die geblesseerd raakten. Ik kon haar alleen helpen als coach. Niet als moeder. En dat deed pijn. Toch ben ik altijd Megan’s team blijven coachen. Ook toen mijn eigen kinderen gingen spelen, heb ik er altijd voor gezorgd dat ik Megan’s team in ieder geval kon trainen, en als Elise en Sam niet om dezelfde tijd hoefden te spelen, coachte ik haar team ook. Inmiddels dus al zeven jaar. Ze zit nu in de A. En ik weet dat ze mij vertrouwd. Ze ziet mij niet meer alleen als coach, maar ook als vriendin. Daar ben ik blij mee. Twee jaar geleden, toen ze vijftien was, overleed haar vader. Toen kwam ze bij mij, om te praten. Dat vond ik zo speciaal. Maar zo kwam ik dus wel meer en meer te weten over haar leven.

Maar twee maanden geleden gebeurde er iets speciaals. Zelf speel ik ook nog steeds, in het tweede team van de club. Megan is er eigenlijk altijd, om te kijken. En twee maanden geleden na de wedstrijd, kwam ze naar me toe. Of ik even tijd had, als ik me omgekleed had enzo. Natuurlijk had ik tijd. Nadat ik snel gedoucht had en mezelf aangekleed en opgemaakt had, zijn we samen in de gastenkleedkamer gaan zitten, waar niemand was. Toen we daar met z’n tweeën zaten, begon ze te praten. En het gesprek wat we toen hadden, leidde uiteindelijk tot één van de gelukkigste momenten in mijn hele leven. Megan begon te vertellen over Erik en Amber. Dat ze wist dat ze geadopteerd was, al haar hele leven lang. Maar dat ze pas sinds haar stiefvader overleden was, nieuwsgierig was geworden naar wie haar biologische ouders waren. Om een heel lang verhaal kort te maken; Megan had aan Amber gevraagd wie haar biologische ouders waren. Na een lange tijd en veel ruzie erover, had Amber uiteindelijk verteld hoe haar biologische ouders heetten. Wat ze daarna tegen me zei, weet ik nog zo goed:
“Tja… toen ze… toen ze die twee namen zei, wist ik meteen dat jullie het waren. Da’s nogal logisch natuurlijk, gezien die achternaam, maar… het voelde meteen goed. Ik wist gewoon zeker dat jij echt mijn moeder was. Toen Amber dat aan mij vertelde, heb ik geen moment getwijfeld of het de waarheid was of niet.”
Toen ze dat zei…ik vond het zo lief. Ze vertrouwde ons blijkbaar goed. Vervolgens zei ze, dat ze het wel heel gek vond. Ze zei: “Weet je…Ik vond jou en Ronald, nou nog steeds eigenlijk, altijd het leukste koppel op de club.Jullie zijn altijd zo… zo klef, en zoveel samen. Je ziet gewoon aan jullie dat jullie nog steeds verliefd zijn… en dat is zo ongelofelijk leuk! Damn… weet je hoe gek het is om dat te denken, over mensen die dus je echte ouders zijn?”. Geweldig, toen ze dat zei. Het was wel gek, toen we die kleedkamer uit kwamen. Wij wisten iets, wat de rest niet wist. Zo vreemd eigenlijk. Het was heel gek, en eigenlijk ook een beetje vervelend, om de mensen op de club te vertellen dat ze de dochter van mij en Ronald was. Maar voor haar was het denk ik nog erger. Toch was ik heel blij dat ze het eindelijk wist. Heel blij. En Ronald ook.

Het is nu dus inmiddels een twee maanden geleden, dat Megan weet dat Ronald en ik haar biologische ouders zijn. Heed is veel bij mij en Ronald thuis. Elise en Sam weten sinds een week of twee dat Megan hun zus is. En ze zijn dol op Megan. De mensen om ons heen beginnen er ook langzaam aan te wennen. Megan noemt mij en Ronald af en toe ‘pap’ en ‘mam’. Niet eens expres ofzo. Maar Ronald en ik vinden het sowieso niet erg. Ik coach Megan inmiddels niet meer. Astrid nog we, samen met iemand uit het tweede team, Sandra. Ik kijk wel bijna iedere wedstrijd. Ronald ook, en Elise en Sam gaan ook meestal mee. Als Ronald en ik dan samen langs de kant staan, zie ik Megan wel eens naar ons kijken. Laatst zei ze: “Mam… uhm, Desi…. Weet je nog wat ik zei, over jou en Ronald? Dat jullie nog zo verliefd lijken altijd? Ik kon me eigenlijk niet voorstellen dat ik het nog steeds zou vinden, als ik meer bij jullie zou zijn. Maar ik ben erachter gekomen, dat ik het eigenlijk alleen maar meer ben gaan vinden.” Geweldig. Megan woont nog wel bij Amber, maar ze heeft gezegd dat ze binnenkort op zichzelf wilt gaan wonen. Ze is nog jong, zeventien, maar ik denk dat ze verantwoordelijk genoeg is daarvoor. Maar goed, dat is weer een heel ander verhaal. Ik kan niet omschrijven hoe gelukkig ik de laatste tijd ben geweest; drie geweldige kinderen, de leukste en liefste man die er bestaat, leuke vrienden… noem maar op! Ik ben heel gelukkig. En, ondanks dat ik dat altijd al wel ben geweest, heeft Megan ervoor gezorgd dat dat gelukkig zijn nog een paar graden hoger is geworden.

*Dit verhaal staat gepost op verschillende sites, echter alles is gepost door mijzelf.*

©Christa2007

Hedi

                                     Hedi 

Het was zaterdag 23 december, en er was een kerstgala aan de gang van een hockeyclub in hun sportkantine. Binnen waren de lichten gedempt, en in één van de hoeken stond een klein kerstboompje, versierd met rode ballen. Er werd gedanst, gepraat, gedronken en gelachen. Het was gezellig. In het midden van de kantine stonden de mensen uit de 1e en 2e teams, dus als het ware de jongste van de senioren. Het was nog geen elf uur ’s avonds geweest, maar toch was het grootste deel daarvan al aangeschoten. Dat maakte het wel extra gezellig. Aan de bar zat het grootste deel van het 3e, en ook achter de bar stonden een aantal mensen uit het 3e. In één van de achterste hoeken van de kantine, stonden de jongste van die avond, de B en de A, te praten en te drinken. In de B zaten onder andere de 14-jarige Hedi en de 15-jarige Alex. Hedi was een leuke, kleine brunette en Alex een aardige, lange, dunne jongen. Hedi vond Alex wel een aardige gast; ze kon met hem lachen. Bovendien had hij haar kunnen helpen met de jongen op wie ze smoorverliefd was, Bart. Bart was een vriend van Alex. Helaas had hij dat niet gedaan. En was er iets gebeurd waar ze allemaal spijt van hadden.

Bart en Hedi zaten bij elkaar op school en tijdens het afgelopen schoolfeest hadden de twee gedanst, en uiteindelijk ook gezoend. Hedi was in de wolken geweest, ware het niet dat er één klein –voor Hedi vervelend- detail was geweest; Bart had verkering met Laura. Laura zat bij Bart in de klas, en was er uiteraard achtergekomen dat hij en Hedi hadden gezoend. En was daar niet bepaald blij mee geweest. Woedend was Laura geweest. Op Bart, maar vooral op Hedi. Hedi en Laura zaten zo’n beetje in hetzelfde vriendengroepje, wat zich toen een beetje ging verdelen tussen de twee. Hedi had wel begrip van de meeste van haar vriendinnen gekregen; het grootste deel wist dat Hedi al een tijd verliefd was geweest op Bart. Hedi had bovendien niet geweten dat Bart en Laura wat hadden. En dat wist Laura ook. Toch had ze Hedi niet willen vergeven. Gek genoeg had ze dat bij Bart wel gedaan. En Bart moest toen kiezen; Hedi of Laura? Hij koos voor het veilige, het bekende; hij had Laura gekozen. Hedi was gebroken geweest. Dat was allemaal zo’n maand geleden gebeurd. Nog altijd was Hedi verdrietig, en de afgelopen weken had ze geprobeerd Laura en Bart zo goed mogelijk te ontwijken. Dat was haar aardig gelukt. Tot deze avond. Alex was van mening dat het wel leuk zou zijn om een vriend van hem mee te nemen naar hun kerstgala. Drie keer raden wie die vriend was…juist, Bart. Dus daar stond Hedi dan, in haar mooie, zwarte jurkje met zwarte enkellaarsjes en een mooie, witte, nepparelketting, zich ongelofelijk ongemakkelijk te voelen in haar eigen kantine. Bart had nog geen woord tegen haar gezegd, en omgekeerd ook niet. De rest van de groep had ook wel door dat er iets aan de hand was tussen Hedi en de knappe, leuke vriend van Alex. Alleen niemand durfde er naar te vragen. Hedi probeerde zo normaal mogelijk een gesprek met haar vriendinnen te beginnen. Maar dat wilde niet echt lukken. Ze was gespannen, veel te gespannen. Hedi wilde daar wat aan doen. Vastbesloten liep ze naar de bar.

Achter de bar stond Megan, een knappe, 38-jarige blondine. Megan zat in het 3e, en Hedi kende Megan best goed. En omgekeerd. Zodra Megan Hedi’s richting in kwam, begon Hedi te praten. “Megan…ik weet dat ik te jong ben en dat het niet mag….maar geef me alsjeblieft een Breezer. Of twee.” Megan glimlachte. “Meisje, je zegt het zelf al; je bent te jong.” Hedi begon te smeken. “Megan, alsjeblieft. Als je eens wist in wat voor rotsituatie ik zit.” Megan kreeg een beetje medelijden met Hedi. “Vertel.” In een sneltempo vertelde Hedi Megan over haar, Bart en Laura. “Oei.” Dat was Megan’s eerste reactie toen Hedi klaar was met praten. Ze keek even vluchtig naar Bart. “Het is wel een knappe jongen.” Zei ze. “Vertel mij wat.” Hedi zuchtte. “Wie is een knappe jongen?” Dat was de vraag van Robin. Hij was 40 jaar, en getrouwd met Megan. Hij kwam achter zijn vrouw staan en sloeg zijn armen om zijn vrouw’s middel. “Die jongen, naast Alex.” Antwoordde Hedi voor Megan. Megan maakte zich los uit de omhelzing van haar man, en pakte een rode Breezer uit de koelkast. Ze zette hem voor Hedi neer. “Geniet er maar van, meid. Je krijgt hem van me.” Hedi glimlachte. “Thanks.” Dankbaar nam ze het flesje aan. Terwijl Hedi terug naar haar groepje liep, vertelde Megan haar man het verhaal over Hedi en Bart. Zodra Hedi weer terug bij haar groepje stond, merkte ze dat het gesprek over school en sport overgegaan was op vriendjes en seks. Fijn, dacht Hedi. Ze klokte snel twee slokken drank achter elkaar naar binnen. Al gauw kwam er een vraag bij Bart terecht. “En, hoe zit het bij jou Bart?” vroeg Rachel, een lange, 14-jarige blondine. Rachel was niet echt een vriendin van Hedi; daarom baalde Hedi dat het nou juist zij was die Bart de vraag stelde. Hedi kreeg het een beetje benauwd; wat zou hij zeggen? Ze was echter niet de enige die niet zo blij was met de vraag; het gold ook voor Bart. Voor het eerst die avond probeerde hij Hedi recht in de ogen te kijken. Twee paar blauwe ogen keken elkaar aan, en de twee bleven elkaar aankijken toen Bart antwoordde: “Het ligt op het moment allemaal nogal… ingewikkeld.” Toen wendde hij zijn gezicht weer af van dat van Hedi. Terwijl Rachel knikte, bij wijze van antwoord op Bart’s antwoord, bedacht Hedi zich wat een vaag antwoord Bart had gegeven. Hedi nam de laatste slok van haar drankje, en stond toen op. “Ik ga ff m’n flesje wegzetten.” Zei ze tegen niemand in het bijzonder.

Toen ze bij de bar aankwam, en het flesje op de bar neerzette, voelde ze getik op haar schouder. Hedi draaide zich om…en keek rechte in de knalblauwe ogen van Bart. “Hey.” Zei hij. Hedi antwoordde niet. Ze knikte alleen maar, ze wilde niet met hem praten. Vanuit haar ooghoeken zag ze Megan, die nog steeds achter de bar stond, naar haar en Bart kijken. “Heed…kunnen we praten.?” Hedi keek hem aan. “Nou, liever niet.” “Hedi…alsjeblieft.” Zei hij toen, half smekend. Hedi keek vluchtig naar rechts, naar Megan, die naar haar knikte. Megan had gehoord wat Bart had gevraagd, en vond dat Hedi met hem moest gaan praten. Toen knikte ze. “Oké. Kom mee.” Bart volgde Hedi, die naar buiten liep. Rillend van de kou liep ze naar de kleedkamers, met Bart achter zich aan. Voor de herenkleedkamers stopten ze, en liepen naar binnen. Hedi ging zitten en zei: “Praat maar.” En Bart begon. “Hedi… de afgelopen weken heb ik je weinig gezien. En eerlijk gezegd, vond ik dat zwaar klote.” “Ja, nou, ik niet.” Mompelde Hedi. Bart ging ongestoord verder. “Heed… op het feest was ik fout, met jou. Maar…toen ik Laura koos, was ik ook fout. Ik weet niet waarom ik Laura koos. Of nou, jawel. Het was bekend. Maar toen Laura en ik weer samen waren… dat ging gewoon niet goed. En dat kwam door jou.” Dat laatste schoot Hedi in het verkeerde keelgat, en woedend keek ze Bart aan. “Pardon?” gilde ze. Bart wist direct al dat hij het verkeerde had gezegd. “Heed, dat bedoel ik niet. Ik bedoel…” Hedi was alleen niet te stoppen, en onderbrak hem. “Het kan me geen reet schelen wat je bedoelt! De afgelopen weken waren een fucking hel! Boze vriendinnen, Laura heeft verdorie geen woord tegen me gezegd sinds het feest. Jij…jij besloot dat je Laura wilde. En ik moest het verder maar uitzoeken. En nu vertel je mij dat dat ook nog mijn schuld is. I don’t think so!” gilde Hedi. Hedi was boos en verward en compleet overstuur. En of ze wilde of niet, ze vond Bart nog altijd leuk. Bart wist ook niet goed meer wat hij moest doen. Toch was er nog iets wat hij haar wilde zeggen. Hij pakte haar vast bij haar schouders, zodat de twee elkaar aankeken. “Wat ik wilde zeggen… ik was dom bezig. En ik heb verkeerd gekozen, toen ik Laura koos. En dat spijt me. Dat moest je gewoon even weten.” Toen draaide hij zich om, en liep weg, terug naar Alex. Hij probeerde zo normaal mogelijk te doen, maar echt lukken deed het niet. Er was echter niemand die het opmerkte.

Hedi installeerde zichzelf ondertussen in een hoekje in de kleedkamer. Vragen tolden door haar hoofd. Kon ze het maken om überhaupt wat met Bart te beginnen? Laura zou haar vermoorden. Aan de andere kant, Laura was toch al boos op haar. Bovendien ging dit niet om Laura. Het ging om haar en Bart. Maar Hedi vroeg zich af of ze het zou kunnen. Samen zijn met Bart, zonder zich schuldig te voelen. En gewoon gelukkig te zijn. Hedi bonkte haar hoofd zachtjes tegen de stenenmuur achter zich. Ze wist het niet, echt niet. Besluiteloos stond ze op en liep ze de kleedkamer uit, de koude nacht in op weg naar de kantine. Zo rustig mogelijk liep ze de kantine weer in. Hedi wilde haar avond niet laten verpesten; toch scheen dat aardig te lukken. Eenmaal binnen, trof Hedi iets vreemds. Of beter gezegd, iemand. Ze zag Samantha staan. Samantha was een 28-jarige blondine, en oud-lid van de club. Ze was een soort van… verbannen. Samantha was naar bed geweest met de 39-jarige Arno. Op zich is dat natuurlijk niet zo erg. Alleen was Arno getrouwd, met de 36-jarige Arlette. Arlette was een lieve, knappe brunette en al jaren lid van de club. Toen het naar buiten was gekomen dat het Samantha was geweest met wie Arno naar bed was geweest, was het grootste deel van de mensen woedend op haar geweest. Toch vond Hedi, dat het niet alleen Sam’s schuld was. Arlette en Arno waren er deze avond ook. Hedi wist, dat vandaag precies een jaar geleden was dat Arlette erachter was gekomen wat er gebeurd was tussen Sam en Arno. Arno en Arlette hadden op het punt gestaan om te gaan scheiden, maar uiteindelijk had Arlette besloten dat ze het opnieuw wilde proberen, mede omdat de twee samen twee kinderen hadden. Moeilijk had ze het er wel mee, nog steeds. En dat Sam nu op het feest was, en nog dronken ook, maakte alles niet echt makkelijker.

Arlette stond naast haar man, en greep zijn hand, niet van plan hem los te maken. Ze vond het moeilijk om Samantha te zien, ook al was alles tussen haar en Arno uiteindelijk goed gekomen. Ze schaamde zich dood; de hele kantine keek haar richting op. Arlette bad dat Samantha niks zou zeggen over haar en Arno. Helaas was dat niet het geval. “Hallo! Arlette, kan ik Arno even lenen? Net als vorig jaar?” Tot overmaat van ramp stopte de muziek op het moment dat Samantha begon te praten, en hoorde de hele kantine wat ze zei, aangezien ze niet bepaalt zachtjes praatte. Arlette werd rood, net als Arno. Hedi sloeg zichzelf op haar voorhoofd toen Samantha klaar was met haar zin. Ze vond het zo vervelend voor Arlette. Megan, die nog steeds achter de bar stond, sloeg haar hand voor haar mond. Wat een rotmens was Samantha. Megan had de hele affaire tussen Arno en Samantha gevolgd, aangezien Arlette één van haar beste vriendinnen was. Iedereen stond aan de grond genageld, en niemand wist wat ze moesten doen. Er werd gepraat door de mensen; wat bedoelde Samantha in godsnaam? Iemand rende naar de muziek, terwijl Megan naar Samantha toe liep. “Sam, kom op. Niet doen.” Ze pakte Samantha vast, maar die rukte zich los. Met een dubbele tong zei ze: “Jij moet je je er even niet mee bemoeien. Ik vroeg wat aan Arlette.” Arlette keek Samantha woedend aan; ze was echt boos. “Rot effe lekker op, Samantha.” Samantha negeerde wat Arlette zei, en liep op Arno af. Ze sloeg zijn armen stevig om hem heen, en hij rook de geur van bier. Toen zei ze: “Hm, schatje… zin om met mij mee te gaan? Opnieuw?” Dat werd Arlette een beetje te veel. Herinneringen aan afgelopen jaar kwamen naar boven, en ze liep weg. Robin liep op Samantha af, en samen met Arno –die zich had losgekregen- zorgde hij ervoor dat Samantha weg ging. Megan probeerde het in de kantine een beetje rustig te krijgen, toen Samantha weg was. Het was een chaos; mensen praatten luid over wat er net was gebeurd en speculeerden over van alles, en bovendien was de muziek ook nog steeds uit.

Ondertussen glipte Hedi de kantine uit, en liep in de richting van de kleedkamers. Ze wilde weten hoe het met Arlette ging. De deur van de dameskleedkamer stond op een kiertje, en Hedi zag iemand lopen. Zachtjes klopte ze op de deur, en stak vervolgens haar hoofd om het hoekje van de deur. “Hey!” Hedi zag hoe Arlette in de weer was met haar mascara, en merkte haar rode ogen op. Toch klonk ze niet al te overstuur. “Hey.” “Gaat het een beetje?” Arlette knikte. “Jawel. Gaat wel. Denk ik. Bedankt voor het vragen.” Ze stopte haar mascara terug in haar tasje, en ging zuchtend op een bankje zitten. “Is Arno nog binnen?” vroeg ze toen. Hedi glimlachte. Ze wist ook wel dat Arlette liever Arno had gezien in plaats van haar. “Ik denk het. Hij en IJs brachten Sam weg… ik denk dat hij even moest afkoelen.” Arlette antwoordde met een zucht, en zei toen: “ Erg fijn… nu weet iedereen het.” Hedi antwoordde: “Om heel eerlijk te zijn… ik wist het allemaal al. Maar ik begrijp wat je bedoelt.” Arlette keek Hedi even aan; hoe wist die dat nou weer, over Sam en Arno? Maar eigenlijk wilde ze het niet weten. Arlette haalde een hand door haar lange, bruine lokken en zei toen: “Ik schaam me dood. Ik wil eigenlijk die kantine niet meer in.” “Je bent niet de enige.” Antwoordde Hedi. Arlette vroeg nieuwsgierig: “Ah, vertel.” Even aarzelde Hedi, maar toen vertelde ze Arlette het hele verhaal. Hedi eindigde met: “En nu heb ik geen idee wat ik moet doen.” Arlette lachte kort, en zei: “Lekker stel zijn wij.” Hedi lachte. “Vertel mij wat.” Ze ging naast Arlette zitten op het bankje, en Arlette sloeg even haar arm om haar heen. Toen zei Arlette: “Ik had hem al gezien, die Bart. Hij kijkt al de hele avond naar je, weet je. Hij heeft spijt… dat zie ik aan hem.” Hedi kreeg tranen in haar ogen, en Arlette praatte verder. “Hij weet dat hij fout was. En hij weet wat hij wil; jou. Jij moet beslissen.” Hedi veegde een traan weg en zei toen: “Ja… dat snap ik. Alleen… ik weet gewoon niet wat ik moet doen.” “Wat zegt je hart,” fluisterde Arlette. “want… zo wist ik, dat ik Arno niet kwijt wilde, na wat er met Sam was gebeurd.” Hedi dacht even na, en zei toen: “Mijn hart… mijn hart zegt, dat ik naar hem toe wil. Maar mijn hoofd…” Arlette kapte haar af. “Weet je, het hart en het hoofd gaan nooit samen. Nou ja, bijna nooit. Niet in dit soort situaties, in ieder geval. Je zei net, dat jij en die Laura ruzie hebben. Het klinkt misschien lullig, maar als je besluit Bart te laten gaan, is die ruzie ook voor niets.” Hedi dacht even na; Arlette had gelijk. Ze knikte. “Da’s waar.” Toen Hedi klaar was met praten, was er een kort klopje op de deur, en twee tellen later stond Arno in de kleedkamer. Hedi stond onmiddellijk op; Arlette en Arno moesten even samen zijn, dat was duidelijk. Toen ze opstond om weg te lopen, pakte Arlette haar hand vast en zei: “Doe je best. Wat je doet… ik weet zeker dat het goed is.” De twee lachten naar elkaar, en Hedi liep de kleedkamer uit. De eerstvolgende kleedkamer die ze zag, liep ze echter weer in. Ze wilde nadenken. In de andere kleedkamer, was Arno naast zijn vrouw gaan zitten. “As.. het spijt me.” Arlette keek hem aan, en glimlachend, maar met tranen in haar ogen, zei ze: “Weet ik. Maar hier kan jij toch niks aan doen.” “Maar vorig jaar…” Arlette onderbrak hem. “Vorig jaar, was vorig jaar. Daar wil ik niet maar aan nadenken.” Ze schoof wat dichter naar hem toen, en legde haar hand op zijn wang. Vervolgens kuste ze hem. “Kom… laten we naar binnen gaan.” Zei Arno, toen Arlette de kus weer had verbroken. Arlette knikte. Ze greep de hand van haar man, en samen liepen ze terug naar de kantine. Daar aangekomen, was het feest weer in normale gang. Robin had de muziek weer aangekregen, en nu stond hij samen met wat andere in het midden van de zaal te praten. Arlette ging naast Megan staan, die naar haar glimlachte. Ze glimlachte terug.

Terwijl er werd gepraat, vroeg Arlette zich alleen af waar Hedi was. Die, zat nog steeds in de kleedkamer. Ze deed wat nieuwe mascara op, en trok een lijntje zwart oogpotlood onder haar oog. Ze besloot hetzelfde te doen als Arlette; te luisteren naar haar hart. Toen ze klaar was met haar ogen, liep ze terug naar de kantine. Zenuwachtig liep ze op Bart af, en tikte op zijn schouder. “Bart… ik wil wat zeggen. Kom.” Ze pakte aarzelend zijn hand, en trok hem mee naar de gang, waar het stil was. Bart was benieuwd. “Bart… ik heb zitten denken. En met Arlette gepraat. En ik denk dat ik weet wat ik wil.” Bart knikte. “Alles wat er gebeurd is… wil ik eigenlijk zo snel mogelijk vergeten. Maar dat gaat niet. Zeker omdat Laura nog steeds boos op me is. Bovendien… ik wil gelukkig zijn. En op het moment ben ik dat… ben ik dat met jou. Als jij nog wilt, tenminste.” Bart keek haar aan, en twee paar blauwe ogen versmolten. “Wat denk je?” zei Bart toen. Hedi’s ogen kregen een bange uitdrukking; ze het had het verpest. Bart was echter nog niet klaar met zijn zin. “Natuurlijk wil ik dat, gek!” Bart pakte Hedi’s hand en trok haar naar zich toe. Toen omhelsde hij haar en fluisterde: “Je bent super, Heed!” Hedi trok haar hoofd terug, en glimlachte naar hem. Als antwoord op zijn zin, kuste ze hem. Hun tweede kus. En hij was in haar ogen nog perfecter dan die eerste. Toen ze de kus verbrak, zei Hedi: “Zullen we dansen? Binnen? Als er nog andere aan het dansen zijn, tenminste.” Dat was op dat moment zeker het geval. Op dat moment stond net een slow nummer op en verbazingwekkend veel stelletjes stonden te dansen. Bart trok Hedi mee de dansvloer op, terwijl de eerste klanken van “Last Christmas” van Wham door de speakers klonken. Bart legde zijn armen om Hedi’s middel en Hedi sloeg haar armen om zijn nek. Even dacht ze aan het schoolfeest; ze hadden toen precies hetzelfde gestaan. Al gauw schudde ze die gedachten weg. Ze voelde zich goed, zoals ze nu was. Bij Bart, op een plek waar ze zich thuis voelde, bij mensen die ze vertrouwde. Ze glimlachte naar Bart, toen hij haar aankeek. Toen keek Hedi naar rechts, en zag Arlette staan. De twee lachten naar elkaar. Arlette was blij voor Hedi; ze had het goede gedaan. En bovendien was Arlette zelf nu ook gelukkig. Ze voelde Arno’s lichaam tegen het hare. Zijn ene hand lag om haar middel, en de andere voelde ze op haar billen. Arno bewoog zijn hoofd in de richting van Arlette’s nek en kuste haar. Toen zei hij: “Ik hou van je, As.” Ze antwoordde: “Ik ook van jou.” Toen trok ze Arno’s hoofd zachtjes naar zich toe, en kuste hem. Lang. Een eindje verder op, in de verste hoek van de kantine, zaten Megan en Robin samen op één van de banken. Megan zat dicht tegen haar man aan. Zijn arm lag gedrapeerd over Megan’s buik, en met zijn andere hand streelde hij door haar haren. Megan’s armen lagen tegen Robin’s borst gedrukt. “Kijk hen nou…” zei Megan zachtjes. Met hen doelde ze op Hedi en Bart en Arno en Arlette. Robin lachte. “Nog niet zolang geleden had Hedi een megacrisis door die jongen, als ik me niet vergis. En moet je ze nou eens zien.” Megan knikte en zei: “Ja, inderdaad. En Arlette en Arno… ik ben blij dat Sam niet te ver is gegaan. Anders was As helemaal kapot geweest, dat weet ik zeker.” Robin knikte, en boog toen naar Megan toe. Hij kuste haar, lang. Toen zei hij: “Chris… ik ben blij, dat wij nooit problemen hebben gehad, zoals As en Arno.” Megan antwoordde zachtjes: “Ik ben blij dat jij er altijd voor me bent geweest… als ik problemen had.” Ze kuste hem zachtjes. Toen fluisterde Robin zachtjes: “Chris, wil je dansen?” Megan schudde haar hoofd. “Nee…. M’n schoenen vermoorden mijn voeten. En trouwens…. Ik zit hier prima. Bij jou.” Flirtte ze. En Megan schoof nog wat dichter naar haar man toe, die zijn arm om haar heen sloeg.

Een uurtje later, rond half één, waren de banken ingenomen door wat andere koppels, en stonden Megan en Robin aan de bar, samen met Arno en Arlette. “Deze schoenen vermoorden mijn voeten.” Klaagde Megan. Arlette bekeek Megan’s schoenen; zwarte, mooie, naaldhakken. Naaldhakken. “Chris… sinds wanneer draag jij naaldhakken?” Megan zuchtte. “Nooit. Maar ik zag deze en kon ze gewoon niet laten staan. Bovendien maken ze me wat langer. Maar vanavond was de eerste en laatste keer dat ik ze aan had, da’s duidelijk.” Arlette lachte en zei: “Nou IJs, dat wordt masseren vanavond.” Robin glimlachte. “We zullen zien.” Terwijl de vier allemaal een biertje voor zich geschoven kregen, keek Arlette in de richting van de banken, waar Bart en Hedi zaten. De twee waren niet superklef, maar zo lief. Arlette vond het schattig om de prille liefde van de twee zo te zien. Megan dacht er precies hetzelfde over. Een minuut of vijf later liep Hedi langs, die naar de wc ging. Arlette stond onmiddellijk op; ze wilde Hedi spreken. “Even naar de wc.” Ook Megan stond op. “Ja, ik ook.” De twee stonden op en liepen samen weg, Megan half mank door de blaren op haar enkels. Robin’s commentaar was: “God, en ik dacht dat dat iets middelbare school-achtigs was.” Arno antwoordde met een verbaasd gezicht: “Dat is het ook.” In de wc’s was het vrij druk. Het was er klein, en meer dan drie mensen paste echt niet. Zodra Hedi de wc uit kwam, keek ze in de gezichten van Megan en Arlette. “Naar je hart geluisterd, dus?” zei Arlette lachend. Hedi lachte. “Oh ja.” Megan zei: “Hmm… weet je, volgens mij had je die Breezer helemaal niet nodig gehad.” Hedi stak haar tong uit. “Dat zullen we nooit weten! Bij jullie is trouwens ook erg gezellig, niet?” “Hoe bedoel je?” vroeg Arlette. Hedi glimlachte. “Dat jullie allemaal zo lekker klef zijn.” Megan en Arlette lachten, en Hedi ging verder: “Ik bedoel, dat jij en IJs klef zijn Megan, dat wisten we al. Da’s ook altijd al duidelijk geweest. Naar jij en Arno… dat had ik nooit gedacht.” De drie lachten. Toen zei Hedi: “Maar ik ga weer naar binnen. Alex moet zo weg, en Bart moet met hem mee, dus…” Megan en Arlette knikten. “Aha. Nou, nog veel plezier!” zei Megan. Hedi lachte naar de twee, en liep toen de wc uit. Toen Hedi weg was, lachten Megan en Arlette naar elkaar. Toen liepen ook zei weer terug naar hun mannen. “Ah, daar zijn de meisjes weer.” Zei Arno. Hij sloeg zijn arm om Arlette heen, en ook Megan kreeg een arm om zich heen, van Robin.

Hedi zat inmiddels weer op de bank, dicht naast Bart. De twee kusten elkaar, terwijl Alex ongeduldig op Bart stond te wachten. “Ik bel je morgen, Heed.” Hedi knikte, en na nog een klein kusje trok Alex Bart mee. Hedi lachte, en toen Bart keek zwaaide ze nog even. En toen was Bart weg. Hedi bleef op de bank zitten, tussen haar vrienden. En die wilde allemaal maar al te graag weten wat er precies was gebeurd tussen haar en Bart. Om twee uur precies, was het laatste nummer afgelopen, en de kantine liep langzaam leeg. Voordat Hedi weg ging, liep ze nog even naar Megan en Arlette toe. “Uhm…. Fijne Kerst, allemaal. En bedankt… jullie allebei.” Zei ze. Arlette en Megan glimlachten, en zeiden allebei: “Graag gedaan.” “En jij ook fijne Kerst.” Voegde Megan toe. Ook Arlette, Arno en Robin wensten Hedi een fijne kerst, en vervolgens liep Hedi de kantine uit. “Leuk meisje.” Vond Megan. “En lief.”, voegde Arlette toe. De rest was het daar mee eens. Het was even stil, en de twee koppels bekeken de mensen die weg gingen. “Denk je dat er nog wat mensen blijven?” vroeg Arno toen aan Robin. Die schudde zijn hoofd. “Ik denk et niet. Ik denk dat Chris en ik in ieder geval zo weg gaan. Ze heeft onwijs blaren. En we moeten nog naar huis lopen ook. Ik ben bang, dat ik Chris zal moeten dragen.” Arno antwoordde lachend: “Joh, die is zo licht als een veertje!” Arlette mengde zich ook met het gesprek. “We brengen jullie wel ff thuis.” Zei ze. Ze voegde toe: “Tenzij jullie nog abnormaal lang willen blijven natuurlijk, maar dat denk ik niet.” Megan schudde haar hoofd als antwoord. Arno keek naar de uitgang van de kantine; het was een chaos. Hij zei: “Zullen we in ieder geval wachten tot het wat rustiger is bij de deur, voordat we gaan?” De andere drie knikten.

Terwijl ze wachtten, merkten ze alle vier dat ze vrij moe waren. Megan leunde tegen Robin aan, die zijn arm om haar heen sloeg. Arlette deed precies hetzelfde. Na een minuut of vijf was de grootste drukte verdwenen, en stond Arno op. “Nou, let’s go!” De vier stonden op, en liepen naar de kapstok. Eenmaal buiten bekeek Robin zijn vrouw, die met een pijnlijk gezicht de rest probeerde bij te houden terwijl ze naar de auto liepen. “Gaat het?” vroeg hij bezorgd. Megan glimlachte pijnlijk. “Ach. Laat ik het zo zeggen, het is niet erger dan die keer dat ik moest hockeylen in schoenen die drie maten te klein waren. Die paar meter hou ik nog wel vol.” Robin lachte, net als Arno en Arlette. Eenmaal in de auto, schopte Megan onmiddellijk haar schoenen uit, en bekeek haar enkels. Haar blaren bloedden, maar het was minder erg dan ze had gedacht. Zo’n tien minuten later stonden ze bij Megan en Robin voor de deur. “Nou, we zijn er!” Arno zette de auto op de handrem. “Hartstikke bedankt!” zei Megan. Ze pakte snel haar schoenen en deed ze losjes aan. “Graag gedaan. We bellen nog!” zei Arlette. “Doei!” zei Arno. Na het gedag zeggen stapten Robin en Megan uit en Megan opende de voordeur. Ze zwaaiden nog even naar Arlette en Arno, en deden toen de deur dicht.

Binnen plofte Megan onmiddellijk op de bank neer, en Robin kwam naast haar zitten. Hij pakte haar voeten en legde ze op zijn schoot. “Nou, laat die voeten eens zien.” Hij pakte haar linkervoet en begon hem langzaam te masseren. Een minuutje later pakte hij haar andere voet, en glimlachte naar zijn vrouw. “Gaat het een beetje?” Megan lachte. “Ja, bedankt. Je bent een schat!” Ze legde haar benen weer terug en boog naar voren. Ze kuste haar man, lang. Toen Robin de kus verbrak vroeg hij: “Zullen we naar bed gaan?” Megan knikte. “Goed idee.” Toen ze opstond en haar rug naar Robin keerde, bedacht Robin dat hij Megan naar boven zou tillen. Met een soepele beweging pakte hij Megan op en hield haar in zijn armen. Na een zacht gilletje van Megan, vroeg ze: “En waar is dit voor?” Terwijl hij naar boven liep, antwoordde hij onschuldig: “Je voeten deden toch zo’n zeer?” Megan lachte en gaf hem een zacht klapje op z’n schouder. “Ja, toen ik m’n schoenen aan had, ja.” Eenmaal in de slaapkamer, liet Robin zijn vrouw lachend zakken. Voor hij naar de badkamer liep, kuste hij Megan nog even snel. “Ik hou van je, Chris.” Megan glimlachte, en antwoordde: “Ik ook van jou.” En ze gaf hem nog een snelle kus, voor hij naar de badkamer liep, om zich klaar te maken voor de nacht.

Bij Arlette en Arno thuis, was het allemaal nog wat levendiger. Beide waren een beetje over hun slaap heen, en samen zaten ze op de bank met een glas wijn. “Het was gezellig, vond je niet?” zei Arno. Arlette dacht even na. Het was leuk geweest… op het hele gebeuren met Sam na. Ze knikte. “Ja. Het was leuk.” En ze nam een slok wijn. Arno zag aan haar dat ze gewoon baalde dat Sam was geweest. Die vijf minuutjes dat zij er was, had het voor Arlette toch een beetje verpest. Arno zette zijn wijn op tafel en trok Arlette naar zich toe. Hij sloeg zijn armen om haar heen en zei: “Het spijt me… dat ze er was… en alles.” Arno kuste zijn vrouw in haar nek en Arlette fluisterde terug: “Weet ik.” Ze kuste hem op zijn lippen en legde haar hoofd tegen zijn borstkas. “Arno… ik wil alles wat er tussen Sam en jou gebeurd is vergeten. En… haar weer zien, was een stap daarvan, denk ik. Ik vond het niet leuk, maar… op één of andere manier was het toch goed, denk ik.” Arlette keek haar man aan, en glimlachte. Het was moeilijk om te zeggen, maar ze wist dat alles goed zou komen. Alles wat er tussen Sam en Arno was gebeurd, had haar huwelijk uiteindelijk alleen maar sterker gemaakt. Arno kuste zijn vrouw. Hij was zo blij met wat ze gezegd had. En zo trots. Arlette kuste hem terug. Iets later lag ze in zijn armen op de bank, gewoon te liggen. Er stonden twee lege glazen wijn op de tafel voor hun, maar geen van beide had zin om op te staan en ze opnieuw te vullen. Arno streelde Arlette’s wang, toen ze plots zei: “Ik hou van je.” Arno keek haar aan. Zijn groene ogen versmolten met haar reebruine ogen, toen hij antwoordde: “Ik ook van jou.” Hij kuste haar op haar haren, en voegde aan zijn zin toe: “Voor altijd.”

Bij Hedi thuis, was het doodstil. Haar ouders op bed, slapend, net als haar broers. Alleen zijzelf was nog wakker. Ze dacht aan de afgelopen avond. Het was super geweest. Als ze heel eerlijk was, moest ze bekennen dat Laura haar niet zoveel meer kon schelen. Helemaal niet, eigenlijk. Genieten van Bart, dat zou ze gaan doen. Dat wilde ze. In een opwelling pakte ze haar mobiele telefoon, en toetste naar haar sms inbox. Ze las het eerste smsje dat ze tegenkwam; van Bart. Hij had het gestuurd, vlak voor ze naar bed ging. Het was een simpel berichtje, van maar drie regels. Toch betekende het heel veel voor haar. Hij schreef: Heed, vanavond was super. You’re my everything…. Love you! Enne... ik bel je morgen. Xx! Dat was alles. Haar blik bleef hangen op twee woordjes; love you. Ze glimlachte naar haar mobieltje. Toen fluisterde ze, nog steeds kijkend naar haar mobieltje: “I love you too.” Toen zette Hedi haar mobiel op trillen, en klapte hem dicht. Toen legde ze haar hoofd op haar kussen, en sloot haar ogen. Ze hield echt van Bart. Écht.

Einde

*Dit verhaal staat gepost op verschillende sites, echter alles is gepost door mijzelf.*

©Christa2007

Welkom!

                                Heej!

Welkomen op Mijn Verhalen. Hier vind je alle verhalen die ik tot nu toe heb geschreven. Laat me weten wat je ervan vind! Kritiek is altijd welkom, zolang het maar opbouwende kritiek is ;) Have fun hier, en kom nog eens terug!

Liefs, Christa